Rob Hoekschop in gesprek met: Peter Schulte

Spelersprofiel:

 Naam: Peter Schulte en ik ben van 29 juli 1958.

Dat betekent dat ik 62 ben en dat de periode waarin ikzelf voetbalde al ver achter mij ligt. In 1975 debuteerde ik op 17 jarige leeftijd bij HSC’21 in de 2e klas. HSC was net aan haar opmars begonnen, weg uit 50 jaar 4e klas. Een paar kampioenschappen achter elkaar bracht ze in de 2e klas en met HSC ben ik verder gegroeid naar uiteindelijk kampioen in de hoofdklasse en voor de eerste keer spelen om Nederlands kampioenschap.

Na een aantal jaren in de top van het amateurvoetbal kwam toch nog de kans om mijn debuut te maken in het betaald voetbal. Dat koester ik nog steeds als een prachtige ervaring.

 Wanneer gestopt en waarom ben je gestopt?

In 1990 ben ik gestopt als speler. De laatste 2 jaar was ik toen Spieler/Trainer bei Vorwärts Gronau. Mijn trainerscarrière was begonnen. Ik begon als trainer in Nederland bij Grol in de 4e klas. Daar werden we meteen 2 keer kampioen.

Later volgden nog veel mooie jaren als trainer bij heel veel verschillende clubs. Variërend van de 4e tot de hoofdklasse (destijds ’t hoogste amateurniveau) bij o.a. Excelsior’31, UD Weerselo, Sparta Enschede, Neo, Quick’20, BWO, en de rij werd besloten door Enter Vooruit. Na 27 jaar hoofdtrainer zijn was het klaar.

Ik doe nu samen met mijn vriend Geerco Holtkamp de O17 van Sparta Enschede. Hartstikke leuk om te doen. Jonge leergierige spelers de kneepjes van het voetbal bijbrengen, de druk van het altijd moeten als hoofdtrainer is eraf. Ik heb meer vrijheid en dat wilde ik graag.

Hoe zou je jezelf als speler omschrijven?

Ik was centrale verdediger, echt nog een laatste man (libero) met een voorstopper erbij, die ook goed een overtreding kon maken. Je speelde vaak als slot op de deur erachter. De keeper mocht de bal ook oppakken met zijn handen waardoor je altijd een veilige weg achter je had.

Ik was een leiderstype in het veld die veel invloed had in het sturen van het elftal, ben na 2 jaar aanvoerder geworden en eigenlijk al die tijd gebleven. Als laatste man ben ik ook vaak topscorer van het elftal geweest. Met corners en vrije schoppen mee voor de goal. Tel alle penalty’s er nog bij. Gemiddeld maakte ik er tussen de 10-15 per seizoen.

Handelsmerk was mijn lange pass. Maar ik had ook een nadeel: ik had geen snelheid. Willem van Hanegem (die hetzelfde probleem had op een veel hoger niveau) zei in die tijd altijd: je hoeft niet snel te zijn als je maar op tijd vertrekt. Dat heb ik ook als adagium gebruikt.

Waar ben je het meest trots op?

Twee dingen: Dat ik op late leeftijd, toch nog niet meer verwacht, mijn debuut heb gemaakt in het betaalde voetbal en met Heracles kampioen werd in de in de 1e divisie en vervolgens nog eredivisie heb mogen spelen.

En het 2e  ding is dat we met HSC, een dorpsclubje nog in die tijd, boven onszelf uitstegen en kampioen werden in de hoofdklasse, destijds het hoogste niveau, en om het Nederlands kampioenschap speelde. Een prachtige tijd, zonder grote aankopen. John Gielink kwam van Buurse, Bert van Doorn uit Rekken, Ronald Heijboer en Eddy Boerhof uit Rietmolen. Dat werden ook eigen jongens.

Heb je alles eruit gehaald als voetballer?

Ja, want ik heb tegen de verwachting in toch betaald voetbal gehaald. Toen ik 18-19 was speelde ik proefwedstrijden bij Twente maar Issy ten Donkelaar zag dat ik niet snel genoeg was. Bij de Graafschap kon ik komen maar zo vaak in de week over de Twenteroute naar Doetinchem zag ik niet zitten naast mijn werk. Ik dacht dat mijn kansen verkeken waren.

Tot ik op 26 jarige leeftijd, als arrivé in het Twentse amateurvoetbal, toch nog door Heracles gecontracteerd werd. Ik speelde er 2 jaar, het 1e jaar in de 1e divisie werden we onverwacht kampioen en het 2e jaar degradeerden we al een baksteen uit de eredivisie. Er waren enorme financiële problemen, ik had een volledige baan in het onderwijs ernaast dus druk zat en het was natuurlijk op semiprofessionele basis. (Heracles was in die tijd een veredelde amateurclub).

Ik ging terug naar HSC en heb daar nog een aantal jaren hoofdklasse gespeeld en uiteindelijk werden we heel verrassend in 1989 kampioen en speelden tegen de ander 2 hoofdklassekampioenen (Meerssen en RCH Heemstede) om het kampioenschap van Nederland. De trainer van RCH ging echter mee op de voetbal- SLM vlucht die verongelukte in Suriname en de kampioenscompetitie werd vervolgens stilgelegd.

Ben je liever speler of trainer?

Met voorsprong liever speler. Je doet je ding, bent er een van het team, kunt heel goed je energie kwijt, hebt veel meer invloed in het veld dan daarnaast.

Trainer zijn is een leuk alternatief als je zelf niet meer op niveau kunt spelen. Daarnaast heb ik nog wel in lagere elftallen en 35+ doorgevoetbald en daar veel plezier aan beleefd.

Zou je iedereen voetballen in Duitsland aanbevelen?

Neuh geen must do, maar ik vond het wel reuze interessant om die Duitse amateurvoetbalcultuur te leren kennen. Het is wel grappig om te zien hoe het spel daar beleefd wordt, op een bepaalde manier in de wedstrijd fanatieker vaak. Maar de clubcultuur zoals wij die kennen is in Duitsland heel anders. Veel hele kleine dorpsclubjes, met een of 2 senioren, een “Alte Herren Mannschaft” en een paar jeugdteams. In Nederland is meer clubcultuur en gezelligheid vind ik.

Waar moet een goede verdediger aan voldoen volgens jou?

Tegenwoordig is snelheid een steeds belangrijker onderdeel. Net als inschakelen in opbouw en aanval. Maar eentje die duels wint en een goede inspeelpass heeft, of in ieder geval de bal voortdurend bij dezelfde kleur krijgt, vind ik zelf ook belangrijk. En ook altijd  fijn als je er achterin een met inzicht hebt staan die ook nog wat leiding en sturing geeft.

Wat doe je nu/wat zijn je ambities en wensen?

Na 27 jaar hoofdtrainer te zijn geweest is dat boek dicht. Het is helemaal goed zo, ik heb het met veel plezier gedaan, dat is ook altijd mijn basis geweest. Maar de druk van het steeds moeten, ieder weekend weer, het niet een keer kunnen overslaan, bijvoorbeeld als je een familieweekend of iets dergelijks hebt, woog niet meer op tegen het plezier dat ik eruit haalde.

Maar het voetbalspelletje vind ik nog steeds hartstikke leuk. Mijn vriend Geerco Holtkamp, die een aantal jaren mijn assistent was, vroeg mij om samen met hem bij Sparta Enschede de O-17 te doen. Leuk, daar heb ik veel plezier in. Leergierige talentvolle groep jongens die je iets kunt leren. En het belangrijkste: de druk van het moeten is eraf.

Welke amateur mag in deze column niet ontbreken en waarom niet?

Klaas Rietman, nooit opgevende lastige horzel in de spits van SC Enschede, lastpak binnen de lijn, goede lobbes erbuiten. Jacco Croes fenomeen in de spits van vv Haaksbergen die erbij was toen de Hoofdklasse gevormd werd in 1975.

Jan Nijhof en Anton Wennemers, zelfde type speler als ik en op dezelfde positie, de een bij Achilles’12 de ander bij de Zweef. Henri Schlömer, slangenmens en frêle linkerspits van Hengelo, jarenlang in de 1e klas, type Robbie de Wit. Michel Hofman, eigenzinnige topscorer en legende in de spits bij Grol.

De 3 musketiers, droomvoorhoede van Stevo in de kampioensjaren Alwie Klein Haarhuis en de gebroeders Oude Wesselink.

Mooiste herinnering aan een trainer?

Aan Gerard Schefer bewaar ik de beste herinneringen. Niet omdat het zo’n tactisch genie was of de trainingen van geweldig niveau. Het was de combinatie van Gerard als mensen mens, die zelf top amateur was geweest, die spelers kon raken en een mooie fantastische sfeer kon creëren. Het zal ook een kwestie zijn geweest van de juiste man, op de juiste tijd op de juiste plek. Hij paste precies in het plaatje van onze groep en club op dat moment. De onvergetelijke weekenden weg met onze groep, vaak richting Duitsland horen daar ook bij.

Wat was je mooiste sportpark?

Het oude Scholtenhagen van HSC ’21. Toen er nog geen kunstgras lag. Iedereen had een hekel aan dat kleine, hobbelige, met eikels bezaaide k..veld. Het mooiste veld van de regio (buiten AGOVV Apeldoorn) lag in die tijd 300 meter verderop. Dat was de prachtige mat van vv Haaksbergen in de glorietijd, grote, dichte en vlakke mat, lommerrijk gelegen in het Park Scholtenhagen.

Wat was je mooiste goal?

In een van mijn eerste wedstrijden in het betaalde voetbal scoorde ik uit een directe vrije schop, hard en hoog, van behoorlijke afstand tegen NEC in de oude Goffert (met wielerbaan toen nog). Ik mocht er daarom daarna nog veel nemen, omdat ze dachten dat ik een specialist was, maar dat was toch niet zo.

En een wedstrijd van HSC kan ik me levendig voor de geest halen. We deden plots mee de titel in hoofdklasse. Nog 3 wedstrijden te spelen. 2 punten achter op Rheden, destijds dé amateurclub uit het oosten, waar we de week daarna naar toe moesten. Er moest thuis alleen nog even gewonnen worden van Drachten die bijna gedegradeerd waren. 0-2 achter met de rust, ons elftal stijf van de zenuwen, van al die belangstelling waarschijnlijk. In de 2e helft speelde ik in de spits, wat wel eens vaker gebeurde in de loop van een wedstrijd als we achter stonden. Gaf ik een assist, schot via de lat terug en scoorde er zelf 2 met de kop. Wedstrijd met 3-2 gewonnen! Week daarna  Rheden verslagen, week daarop kampioen.

Wat is het grootste verschil tussen voetballen in jouw tijd en de huidige generatie?

Voetbal in mijn tijd ging nog over voetbal zelf. Over de kern van het spel met gezelligheid en kneuterigheid daaromheen. Nu gaat het meer over randzaken, geld en gekkigheid. Niet zo gek want je ziet iedere dag de voorbeelden op TV.

Het wordt allemaal zo uitgemolken en doodgeanalyseerd. Ook in praatprogramma’s. Door de enorme vercommercialisering en het gigantische prijzengeld worden de verschillen ondertussen en daardoor de voorspelbaarheid zo groot dat het voetbal zichzelf de nek omdraait. Dan denk ik wel eens met heimwee terug aan de tijd dat Europacupvoetbal gewoon vanaf de 1e ronde een knockout systeem was en nog kon verrassen daardoor.

Wat is jouw advies aan de talenten van nu?

Geduld. Je hoeft er niet ineens te staan. Neem de tijd voor je ontwikkeling en probeer te genieten. Plezier in het spel houden is de basis. Rustig; maar wel gericht werken aan je vaardigheden, aan beter worden, je stinkende best doen. Niet teleurgesteld of zelfs gefrustreerd afhaken, wanneer je na de overstap naar de senioren, na 1 jaar nog geen basisspeler van het 1e bent.

Wat was jouw motto als trainer en droeg je dat als speler al uit?

Je traint niet voor mij hè, je traint voor jezelf om beter te worden, individueel en als team. Je moet de lat iedere keer wat hoger leggen. Je kunt eindeloos werken aan je zwakke punten, je kunt ze ook verbloemen en zorgen dat je sterke punten nog beter en beslissend worden. Je hoeft niet snel te zijn als je maar op tijd vertrekt. Dat laatste droeg ik als speler zeker zelf al uit ja!

Wil je nog iets kwijt?

Doe dingen waar je energie van krijgt. Dat maakt het leven zoveel leuker.

Newsoutside Sportverlichting