Rob Hoekschop in gesprek met: Marc Kemna

Spelersprofiel:

Naam: Marc Kemna
Geboortedatum: 25 januari 1972
Voetbalperiode: 1990 – 2001

Ik heb eigenlijk mijn hele voetballeven bij Quick gespeeld. Ik heb tussendoor even bij Heracles aan het profvoetbal mogen ruiken (semi-prof, Eerste Divisie), maar ben daar na een aantal maanden alweer vertrokken.  Ik werkte deels voor het bedrijf van mijn vader. Dat bedrijf werd overgenomen, waarbij de nieuwe eigenaar mij alleen fulltime wilde hebben.

Ik was eigenlijk wel een echte middenvelder. In het seizoen ’91 – ’92 ben ik als, als noodoplossing, in de spits gezet, omdat Bart Wekking naar SC Heerenveen vertrok. Ik scoorde dat seizoen 16x. Maar het seizoen erop had ik na 12 wedstrijden nog steeds niet gescoord, dus toen is er maar snel voor gekozen om me weer op het middenveld te zetten.

Wanneer en waarom ben je gestopt?

Ik ben in 2001 bewust gestopt met het voetballen op niveau. Ik had toen 6 meniscus operaties achter de rug. Ik trainde het laatste seizoen op de vrijdag en dinsdag aangepast, om de knie niet teveel te belasten. 3x trainen + een wedstrijd was een beetje teveel van het goede.

Mis je het voetbal?

Ik mis het zelf voetballen eigenlijk niet. Ik sta veel op de tennisbaan en dat vind ik fantastisch om te doen.

Hoe zou je jezelf als speler omschrijven?

Ik was een middenvelder met een goede functionele techniek. Daarbij had ik altijd een goede conditie en was ik een box-to-box speler, zoals dit type middenvelder nu genoemd wordt. Mijn sterke punt was mijn diepgang, zonder bal. Ik had een neusje voor de goal, was kopsterk en had een goed inzicht.

Daarnaast miste ik echter de pure snelheid, was ik niet wendbaar en had ik een matig schot. Ik denk dat het type middenvelder nu wel veranderd is. Het spel gaat een stuk sneller dan in onze tijd en er wordt veel meer power gevraagd. Maar ik mis tegenwoordig soms wel techniek en vooral het gogme bij de spelers.

Was de stap van de amateurs naar de profs destijds goed te doen voor jou?

Ik heb natuurlijk maar even bij Heracles gezeten, maar de intensiteit lag zoveel hoger. Dat wordt nog wel eens onderschat. Maar het maakte de terugkeer naar Quick wel weer makkelijker😊

Je bent altijd bij Quick’20 gebleven; heb je daar achteraf geen spijt van?

Ik ben best veel benaderd door Duitse en Nederlandse clubs. Maar, ondanks het feit dat ik nooit betaald ben, heb ik er totaal geen spijt van gehad. Ik heb me er altijd prettig gevoeld, speelde met jongens waar ik al in de f-jes mee speelde en ik koester heel veel fantastische momenten, wedstrijden, vrienden etc.

Op sportief gebied was het kampioenschap in de Hoofdklasse toch echt wel een hoogtepunt. Wat er toen los kwam in Oldenzaal was onbeschrijfelijk. Duizenden mensen die ons kwamen toejuichen. Dat was een fantastische ervaring.

Heb je alles eruit gehaald als voetballer?

Dat is moeilijk te zeggen. Ik scoorde veel in de  voorbereiding bij Heracles, had uitzicht op een basisplaats, maar ik heb uiteindelijk een maatschappelijk keuze gemaakt. Soms heb ik weleens spijt, dat ik het geen kans heb gegeven.

Wat doe je nu en wat zijn je ambities/wensen?

Ik ben werkzaam in de uitzendbranche. Ik werk hier met enorm veel plezier binnen een erg leuk team.

Wat is jouw top 3 van beste amateurs; waar je mee-of tegen gespeeld hebt?

René Roord was echt van een buitencategorie. Die kwam net terug van de profs en was extreem goed.  Ik vond Edwin Nieland ook een schitterende voetballer. Daarnaast hielden we beiden van combineren en wisten we elkaar vaak goed te vinden. Als derde noem ik Bob, mijn broer. Bob had iets speciaals en was soms onnavolgbaar.

Foto: sportfoto-oost.nl

Wat is je mooiste herinnering aan een trainer?

Dan noem ik er twee: Gerard Schefer. Hij was in staat om een bepaalde sfeer te creëren. Een prachtige man die mij, ook door zijn humor, altijd zal bij blijven. Nummer twee is Rob Snijders. Rob was tactisch sterk, zijn trainingen waren altijd goed en hij kon mensen (mij in ieder geval) op de juiste manier prikkelen.

Had jij een ritueel voor de wedstrijd en/of een bijnaam?

Uh ja… Ik mocht van mezelf nooit de zijlijn aanraken, als ik voor de wedstijd het veld op kwam. Dat was een soort bijgeloof, maar heeft ook vaak genoeg niet geholpen. Mijn bijnaam was Vöske (met dank aan de Poznan-groep, maar daar wijk ik verder niet over uit).

Wat was je mooiste sportpark?

Ik vond Quick altijd wel erg een mooi hoofdveld hebben en in mijn tijd stonden er bij de thuiswedstrijden altijd duizenden mensen aan de kant. Nu is het vaak wel groot en leeg.

Wat was je mooiste goal?

Dat was, volgens mij, thuis tegen de Treffers. Na een driedubbele één twee met Edwin Nieland krulde ik de bal in de kruising. Dit was in een prachtige pot, vol strijd, passie en goed voetbal van beide partijen.

Wat is jouw advies aan de talenten van nu?

Veel op straat voetballen en genieten van het spelletje. En aan de trainers: Geef de jochies niet teveel opdrachten mee, maar laat ze lekker pingelen en acties maken.

Wil je nog iets kwijt?

Complimenten aan jou Rick. Het is een mooie column en het is leuk om weer een iets te horen/lezen van jongens, die je al lang niet meer hebt gezien. Succes en ga er nog lang mee door…

Newsoutside Sportverlichting