Door: Rick Ardesch
Spelersprofiel:
Naam: Peter Bokma
Geboren: 24-11-1964,
Voetbalperiode: Gevoetbald bij De Tubanters 1 van 1980-1981 t/m seizoen 1987/1988 als voornamelijk links-half.
Wanneer en waarom ben je gestopt?
Ik ben als speler al op relatief jonge leeftijd (25 jaar) gestopt met voetballen omdat ik een trainerscarrière meer ambieerde. Op het CIOS in Heerenveen behaalde ik op 21e jarige leeftijd mijn oefenmeester 1 diploma, en hier wilde ik na mijn studie zeker iets mee gaan doen. De keuze om dan na mijn studie bij De Tubanters aan de slag te gaan als jeugdtrainer was dan ook een logische keuze.
Echt gestopt met voetballen ben ik, toen ik een telefoontje kreeg van Sportclub Enschede om daar achter Toon Valks, trainer te worden van het 2e elftal dat op het hoogste niveau speelde in Nederland. Dit was mijn eerste club als seniorentrainer en tot op de dag van vandaag, ben ik nog steeds actief als trainer in het Twentse voetballandschap.

Wie was als speler jouw voorbeeld?
Omdat ik ben opgegroeid in de wijk “Het Hogeland” was het haast een ABC-tje om na schooltijd richting de trainingsvelden van FC Twente te gaan. FC Twente (met trainer Spitz Kohn) voetbalde toen nog in het Diekman stadion. Hier stonden we dan aan de rand van het trainingsveld om alle ballen uit de bosjes te halen en terug te schieten naar de selectie van FC Twente. Echte voetbal voorbeelden had ik niet maar met spelers als Epi Drost, Jan Jeuring, Eddy Achterberg, René Notten, Kick van der Vall, en zo kan ik nog wel even doorgaan, ben ik toch al op vroege leeftijd besmet geraakt met het voetbalvirus. Als ik dan toch een speler moet noemen dan zeg ik: Frans Thijssen. Wat een inzicht gekoppeld aan een geweldige techniek. Maar ik ben bang dat veel lezers van deze rubriek deze naam niet veel zal zeggen.
Omschrijf jezelf eens als speler en als trainer.
Als speler was ik een redelijk technische speler en een winnaar. Verder beschikte ik destijds over een goede linker, en zag al vrij snel hoe het spelletje gespeeld moest worden.
Als trainer ben ik soms scherp, soms wat losser. Alles heeft te maken met de manier hoe men vandaag de dag het voetbalspelletje beleefd als speler. En hoe jij het natuurlijk beleefd als trainer. Er zijn tegenwoordig teveel zaken rondom het voetbal waardoor de focus door spelers, op een heel ander level is komen te liggen. Trainingen of wedstrijden missen door verjaardagen of vakanties of andere activiteiten, is vandaag de dag heel normaal. Of je wordt er als trainer helemaal gek van, of je accepteert dat het nu anders is, dan pakweg 30 jaar geleden. Daarom heb ik al snel tegen mijzelf gezegd het gewoon te accepteren. Daarnaast ben ik een trainer, die daar waar het kan, wil voetballen.
Natuurlijk kan dat niet altijd, maar daar waar het kan, zullen we proberen te voetballen. Onze trainingen zijn dan ook altijd gericht op voetbal, dus nagenoeg alles met bal. Veel pass en trap oefeningen, verschillende afrondvormen en veel positie/partijspelen met de nodige accenten. Daarnaast vind ik dat de intensiteit op een training altijd hoog moet liggen, want voetballend kun en mag je altijd van een tegenstander verliezen, maar wedstrijden verliezen op basis van conditie gaat ons niet gebeuren.
Had jij een specialiteit als speler?
Zoals al eerder beschreven had ik een aardige linker. Niet alleen om mee te kunnen scoren, maar door vooral de aanvallers met een trap vrij voor de keeper te zetten. Daarnaast had ik een behoorlijke verre inworp, iets wat ons zeker de nodige doelpunten heeft opgeleverd.
Waar ben je het meest trots op als speler?
Ik was zo trots al een pauw toen ik voor de allereerste keer werd geselecteerd voor de Twentse selectie. Issy ten Donkelaar was toen daar de trainer, en dat had een behoorlijke positieve impact op mijn persoonlijke ontwikkeling. Een periode waar ik nu nog steeds met veel plezier op terug kijk. En natuurlijk mijn debuut in De Tubanters 1 op 16- jarige leeftijd. Opeens stond ik tussen Gert ter Mors, Marcel ter Horst, Han Deters, Johan Dalenoord op het veld, fantastisch.
Heb je alles eruit gehaald als voetballer?
Nee, dat weet ik wel zeker. Toen ik op CIOS in Heerenveen voor de eerste keer in contact kwam met Foppe de Haan probeerde hij mij al snel over te halen voor een ploeg in Friesland te gaan spelen. Hubert Sneek, Drachten, waren destijds verenigingen die op het allerhoogste amateurniveau in Nederland speelden. Maar ik mijn studietijd ben ik De Tubanters altijd trouw gebleven, ik kwam iedere weekend keurig terug naar Enschede om mijn potjes in het 1e elftal van De Tubanters te spelen.
Wat is je mooiste herinnering als trainer?
De promotie met v.v. Reutum naar de 2e klasse. Een sprookje wat werkelijkheid werd toen een clubje met ongeveer 200 leden naar de 2e klasse promoveerde. Het verhaal wordt nog mooier als je hoort dat alle spelers uit Reutum kwamen. Een heerlijk voetbalverhaal uit een jongensboek dat eigenlijk niet kon, maar wel gebeurde.

Wat doe je nu en wat zijn je ambities/wensen?
Op het moment ben ik voor het 2e seizoen hoofdtrainer bij De Tubanters. Na ruim 35 jaar onafgebroken bij veel verenigingen hoofdtrainer te zijn geweest, kwam de mogelijkheid voorbij om weer bij mijn eigen cluppie als trainer aan de slag te mogen. Waar ik ooit als 6-jarig pupilletje ben begonnen, zal waarschijnlijk ook mijn rijke trainerscarrière eindigen. Je zou kunnen zeggen dat het cirkeltje dan mooi rond is. Maar ze zijn nog niet van mij af, want ook volgend seizoen, sta ik nog als hoofdtrainer op het veld.
Als je vanaf je 18e al trainingen geeft en als je dat dan op je 61e nog steeds doet, dan moet je denk ik wel een beetje gek zijn van het spelletje. Ik heb het hoogste trainersdiploma, maar heb mij altijd het meest op mijn gemak gevoeld bij verenigingen op een lager amateurniveau. Ik heb nooit echt de echte ambitie gehad om op hoger niveau als trainer actief te zijn.
Welke amateurtrainer mag in deze column niet ontbreken en waarom niet?
Ik vind dat iedere trainer zijn specifieke kwaliteiten heeft. Dus vind ik het lastig om dit zo 1,2 3 aan te geven. Daarnaast ben ik natuurlijk als 1e elftal-speler relatief vroeg gestopt met voetballen. Ik heb dan ook weinig hoofdtrainers meegemaakt, maar oud Tubanters trainers zoals Herman ter Horst , Gerrit Strecker en Leo de Boer hebben mij zeker de nodige bagage meegegeven.
Mooiste herinnering aan een trainer?
Ik ben opgegroeid op het Hogeland aan de Riouwstraat. Dit ligt op nog geen 100 meter van het complex van De Tubanters. We hadden daar een geweldige vriendengroep waarmee we nagenoeg ieder dag (stiekem) op het veld van De Tubanters ( en FC Twente) te vinden waren. Een van mijn vrienden was/is Gijsbert ter Horst. Zijn vader was Herman ter Horst die al ver voordat ik mijn debuut in het 1e maakte, hoofdtrainer was bij de Tubanters. Hij was de trainer die mij vele jaren later op 16-jarige leeftijd in het 1e liet debuteren. Uit tegen Stevo, met zeker een paar duizend man langs de lijn waren zijn enige woorden “succes, en laat vanmiddag je benen spreken”. Als een trainer je zoiets meegeeft, staat dat voor altijd in je geheugen gegriefd.
Had jij een ritueel voor de wedstrijd en/of een bijnaam?
Nee, niet dat ik weet.
Wat was je mooiste sportpark?
SV Grol in Groenlo; heeft een prachtig sportpark.
Wat was je mooiste actie of goal?
In een thuiswedstrijd met De Tubanters tegen Tubantia 1 plofte een voorzet op ruim 25 meter van het doel voor mijn voeten. Ik bedacht mij geen moment en nam hem vol op de pantoffel. Heerlijk om een bal zo in het kruis te zien verdwijnen!
Waar moet een goede linkshalf in jouw ogen aan voldoen?
Inzicht hebben, inhoud hebben, technisch begaafd zijn en de wil om altijd te willen winnen. Als je daarnaast ook nog scorend vermogen hebt, dan denk ik dat iedere trainer blij met je is.
Wat ambieer jij nog als trainer?
Echte ambities heb ik niet meer. Ik wil graag, dat spelers genieten van de trainingen en wedstrijden. Plezier is namelijk een belangrijke factor. Als spelers dat hebben, dan haal ik daar meer dan voldoening uit.
Wat is de beste speler waar jij mee hebt mogen werken?
Als je al zolang op het veld staat dan heb je natuurlijk heel veel spelers voorbij zien komen. Natuurlijk wil ik geen enkele speler tekort doen, maar als ik dan toch een naam moet noemen dan zeg ik: Sam Holsink. Toen we promoveerden met Reutum naar de 2e klasse ging iedereen al op de banken staan als Sam in balbezit kwam. Wat een dreiging en power. Natuurlijk ging lang niet alles goed, maar als Sam aan de bal kwam, gebeurde er gewoon wat. Dat hij nu op divisieniveau speelt, verbaast mij dan ook niets.
Als keeper moet ik dan Anthony van Zaltbommel noemen. Ik vond hem zo goed dat ik hem vanuit de Oranje Nassau JO-O17, in de loop van de competitie overhevelde naar Oranje Nassau 1. Door zijn geweldige kwaliteiten was hij dan ook niet te houden voor Oranje Nassau. Dat hij nu al vele jaren op divisieniveau keept, is voor mij dan ook geen verrassing.
Wie was jouw lastigste tegenstander?
Ik heb in mijn tijd bij de Tubanters altijd Bennie Lienesch van Rigtersbleek als een lastige tegenstander ervaren. Waren altijd pittige duels op het randje van het toelaatbare.
Wat is het grootste verschil tussen het voetbal in jouw tijd en de huidige generatie?
De snelheid van het spelletje is zoveel sneller geworden. Hierdoor worden er ook meer fouten gemaakt en ziet het er niet altijd even fraai uit. Spelers moeten nu onder een verhoogde weestand sneller handelen en dat is natuurlijk niet altijd even gemakkelijk. Toch wordt dit gevraagd, want anders sneeuw je onder. Je moet en bent verplicht je als trainer aan te passen (in trainingen en wedstrijden, aan de eisen van het hedendaagse voetbal. Een mooi voorbeeld is het VEO video systeem wat nagenoeg volledig is geïntegreerd in het amateurvoetbal. Waar ik tijdens het begin van mijn trainersloopbaan alleen maar druk was met handgetekende flip-over sheets en magneetborden, heeft het digibord bij De Tubanters inmiddels ook zijn intrede gedaan. Een absolute meerwaarde voor trainers die spelers op welk niveau dan ook, beter willen maken.
Wat is jouw doelstelling met de Tubanters dit seizoen?
Promotie, op welke manier dan ook.
Wat is jouw advies aan de talenten van nu?
Investeer in jezelf. Haal iedere training en wedstrijd eruit wat er in zit. Wees geduldig, want niet ieder talent staat er gelijk. Er zijn ook talenten, die pas op een wat latere leeftijd tot bloei komen. Maar het belangrijkste is om plezier te blijven houden in het voetbalspelletje, want zonde plezier geen ontwikkeling.
Wat is jouw motto als trainer en droeg je dat als speler ook uit?
Op prestatieniveau (1e elftal) is voetbal een spel dat gespeeld wordt om wedstrijden te winnen. Of het nu oefen, beker of competitiewedstrijden zijn, je speelt iedere pot om te winnen. Deze drive had ik als speler al, en dat heb ik als trainer nog steeds. Winnen is gewoon vele malen leuker dan verliezen of zelfs gelijkspelen en dat moet dan ook altijd de drijfveer zijn.
Bij De Tubanters ligt dit bij onze geweldige jeugdafdeling op een ander level. Hier staat namelijk de ontwikkeling van de speler voorop. We hebben een groot aantal elftallen op divisie-niveau spelen, en natuurlijk wil men hier ook graag winnen, maar de ontwikkeling van de jeugdspeler is hierbij primair.
Moet de VAR ook zijn intrede maken in het amateurvoetbal?
Nee, moet er niet aan denken.
Heb je ergens spijt van?
Nee.
Wil je nog iets kwijt?
Ik wil alle trainers en spelers op welk niveau dan ook heel veel succes wensen in deze laatste periode van de competitie, waarin de prijzen verdeeld gaan wo

