Drie AC Tion-ploegen deden in Vught mee aan de finales van de nationale competitie. De jongens C-ploeg werd tweede en de meisjes D-ploeg derde van Nederland. Jongens D eindigden op een eervolle 10e plaats van Nederland. Dit is uniek voor Twente dat er drie junioren ploegen hebben meegedongen naar de hoogste eer. Beste Tion prestatie van de dag kwam op naam van de meisjes D estafetteploeg die in de opstelling Margo van Bennekom, Joan Hardon, Huwaidah Haruna en Kris Oosterveld die naar een nieuw Twents record liep op de 4×60 meter in een tijd van 31.99 seconden.
Artur Harwig verbeterde bij de jongens C zijn persoonlijke record hoogspringen naar 1.80 meter en Marik Bredenoord won zijn beide nummers bij de jongens D. De specialist op de werpnummers kwam tot 34.28 meter bij het discuswerpen en stootte de kogel naar 11.49 meter. Kris Oosterveld sprong voor het eerst over de 5 meter bij het verspringen (5.03 meter P.R) waarmee ze de top 5 positie van ranking veiligstelde en nu naar boven mag kijken.
Ruby Jansen pakte ook de noodzakelijke punten, evenals de Almeloërs Milan Beuning en Jermaine Kleine en Joan Hardon waren ook stabiele puntenpakkers. Joan Hardon was erg snel op de 60 meter horden in een tijd van 9.86 seconden wat een nieuw persoonlijk record betekende goed voor een top 3 notering ranking Nederland. Milan Beuning pakte veel punten op de speer en het kogelstoten(P.R) en Jermaine Kleine pakte de broodnodige punten op de horden en de 800 meter.
De estafette ploeg bij de jongens C benaderden het clubrecord op 0,3 seconden (elektronisch gemeten) net niet. Echter het clubrecord is een handkloktijd. Na een lang outdoor seizoen is dit op zich al een geweldige prestatie. Rest nog voor een aantal atleten van AC Tion nog x 2 pieken: Klaverblad Nationale CD Meerkamp te Zoetermeer die 2 dagen duren (officieuze NK) en de Nationale Estafette Nederlandse Kampioenschappen voor junioren in Amstelveen die ook 2 dagen duren. De vorm van de dag zal weer bepalend zijn met hoeveel prijzen de Twentse afgevaardigden zullen terugkomen.
Foto’s: Raymond Kleine van Gelden.