Rob Hoekschop in gesprek met: Richard de Boer

Naam:           Richard de Boer
Geboren:      14 juni 1971.
Voetbalperiode:
1998 – 2000 Sportclub Enschede 1 (1e / 2e Klas)
1997 – 1998 HSC’21 1 (hoofdklasse, nu 2e divisie)
1993 – 1997 Sportclub Enschede (hoofdklasse, nu 2e divisie)
1992 – 1993 Heracles ’74 (1e divisie), uitgeleend door FC Twente
1988 – 1992 FC Twente ’65 (A1, 2e en 1e elftel)
1977 – 1988 Sportclub Enschede (F t/m A-jeugd)

Op welke posities heb jij gespeeld?

Ik speelde voornamelijk in de as van het veld op 4, 6 of 10. Mijn favoriete positie was toch wel vanuit 4. Opkomend door de as, om op het middenveld een overtal te creëren. Ik moest het spel wel voor me hebben en verdedigend, was ik op de eerste meters niet de snelste, maar positioneel stond ik vaak goed.

Wanneer en waarom ben je gestopt?

Ik ben gestopt in 2000, maar in de seizoenen 1998 – 2000; toen ik in ’98 van HSC’21 weer terug ben gegaan naar SC Enschede heb ik niet heel veel meer gespeeld. In 1993 kreeg ik een voorste kruisband blessure en ben daar toen ook aan geopereerd en bijna 1,5 seizoen aan het revalideren geweest. Maar eigenlijk na die operatie, heb ik nooit meer echt vrij uit kunnen voetballen, veel kleine blessures daarna. Ik werd gek van al die blessures op een gegeven moment. Dan was ik weer bij de groep, trainde weer volledig mee, speelde 1 of 3 wedstrijden en dan kwam er weer een blessure. In je hoofd wilde je nog zo graag, maar het lijf werkte niet mee.

Hoe zou je jezelf als speler en als trainer omschrijven?

Als speler:
Had ik een goede basistechniek, was ik flegmatiek en laconiek, had ik goed oog voor het positiespel en kon ik vooraf situaties inschatten, waardoor ik sneller en eerder kon handelen dan de tegenstander of op een situatie.

Als trainer:
Ben ik rustig, beschouwend en houd ik overzicht. Daarnaast ben ik een teamplayer en moeten plezier en prestatie in overeenstemming zijn. Mooiste complimenten die ik vaker gekregen heb, was dat men kon zien, dat men de speler Richard de Boer kon terugzien in hoe ik mijn teams liet voetballen.

Had jij een specialiteit als speler?

Ik weet niet hoe, maar zo heb ik het voor mezelf ervaren: Ik speelde op intuïtie en kon situaties eerder en sneller inschatten waardoor ik net eerder kon reageren en daarnaast was ik in staat om andere spelers/teamgenoten om mij heen beter te laten spelen. Ik wist hun kracht en maakte daar gebruik van.

Waar ben je het meest trots op?

Als jongetje geboren in Enschede; je debuut maken voor FC Twente in het Diekman in de bekerwedstrijd tegen Ajax (januari 1990), dat is wel iets om heel trots op te zijn. Ik weet nog goed dat ik aan kwam fietsen, tasje voor op het stuur en niets vermoedend. Ik kwam het stadion binnen en moest me meteen melden in het kamertje, waar de trainers Theo Vonk en Ronald Spelbos zaten. Het was een heel kort gesprek eigenlijk. Je begint vandaag in de basis en je gaat vandaag Stefan Petterson uitschakelen; punt. We verloren met 0-2 door 2 doelpunten van Ron Willems, maar Petterson scoorde niet en ik had mijn debuut gemaakt.

Heb je alles eruit gehaald als voetballer?

Dat weet je eigenlijk nooit. Je hebt met zoveel factoren te maken en een dosis geluk moet je ook hebben. Het is gelopen zoals het is en ja; ik had misschien andere keuzes kunnen maken, maar ja daarvoor zijn het keuzes. Ik heb na FC Twente gekozen voor mijn school en voor het amateurvoetbal. Achteraf had ik bij Twente moeten blijven.

Er was toen ook nog interesse van RBC en VVV. Maar ik moest mij eerst na mijn uitleen periode bij Heracles melden bij het 2e van FC Twente en dat zag ik niet zitten. Boudewijn Pahlplatz bleef wel bij Twente. Hij kreeg en pakte zijn kans in het 1e en speelde daarna voor PSV, hoe kan het lopen..Uiteindelijk gaf ik elke training en wedstrijd alles, dus ja ik heb er alles uitgehaald.

Viel de stap van de profs naar de amateurs terug, mee of tegen?

Dat viel heel erg tegen, maar dat had te maken met dat ik voor mijn gevoel mijn identiteit en houvast het voetbal kwijt was en gelijk ook nog een zware blessure opliep. Het weggaan bij FC Twente voelde als falen en ik had daar erg veel last van en nam mezelf veel kwalijk. Ik ben daar wel een tijd lang in blijven hangen en werd er onzeker door. Scheurde ik gelijk in de eerste oefenwedstrijd voor Sportclub Enschede ook nog mijn voorste kruisband. Ik werd gelijk geopereerd en had toen nog meer tijd om na te denken.

Ik had 4 jaar lang alleen maar voor het voetbal geleefd en in een soort van bubble (trainen, wedstrijden spelen, eten en slapen) gezeten. Ik kende de echte wereld helemaal nog niet. Doordat ik niet kon voetballen en aan het revalideren was, kwam ik hard terug op aarde. Ik wist even niet meer wie ik was, waar ik stond in het leven en waar ik voor stond. Ik was mijn identiteit volledig kwijt en die moest ik opnieuw gaan vinden. Mijn leven bestond uit voetbal en zonder dat voetbal was Richard voor zijn gevoel niet Richard meer.

Wat is je mooiste herinnering?

Als speler mijn debuut voor FC Twente en dat ik daar toch 4 jaar gevoetbald heb en nog een jaar bij Heracles en het bijna kampioenschap met Sportclub Enschede in de hoofdklasse in ’94-’95, waarbij we de Treffers in Groesbeek helemaal van de mat speelden en daar met 1-6 wonnen. Zo’n wedstrijd waar alles lukte. Bertjan Diphoorn maakte daar een goal met een lobje over grote afstand, wat een goal.

Appingedam werd uiteindelijk kampioen, maar vooral dat hele jaar met geweldige spelers (Patrick Geesing, Bob Helle, Jan Bouwhuis, Bertjan Diphoorn, Gilian Danieli, Erwin Nijhuis, Arno Leppink, Hemco Arentsen en nog heel veel meer) trainen, spelen en de stad onveilig maken.

Als trainer het kampioenschap met HVV Tubantia in het seizoen 2008 – 2009, een mooi team, goede begeleiding en een seizoen waar spelers en trainer elkaar vonden. De kracht van het team maakte het, dat ik mijn sausje erover kon gooien en zo vonden we elkaar.

Wat doe je nu en wat zijn je ambities/wensen?

Ik ben de afgelopen 2 jaar assistent-trainer bij het 1e van Tubantia geweest en dat is uiteindelijk niet helemaal zo gegaan, zoals ik voor ogen had. Mijn planning was, ik woon in Hengelo, om voor langere tijd bij Tubantia te blijven en daar wat neer te zetten met de jeugd en het 1e elftal. Dat liep helaas anders. Het gebrek aan een gedeelde, gedragen en duidelijke visie en het ontslag van hoofdtrainer Eric van Zutphen en dan vooral de reden en de manier waarop heeft mij doen besluiten niet door te gaan bij Tubantia. Daarnaast had ik de afgelopen 2 jaar nog mijn eigen voetbalschool, met heel veel plezier samen gedaan met mijn vriend en collega trainer Peter Nuchelmans. Maar ik miste het bezig zijn met een groep en het toewerken naar de wedstrijd en zat daarnaast niet heel lekker in mijn vel na het overlijden van mijn zus. Volgend jaar word ik trainer bij VV Rigtersbleek, ik ga daar de 019-1 trainen. Het elftal waar mijn zoon Lucas ook in speelt. Heel veel zin in.

Mijn wens is om lol te hebben in het spelletje, plezier en prestatie die samengaan. Het mooiste is op het veld te staan en te trainen met die gasten. Hoofdtrainer van een 1e elftal hoeft voor mij niet meer, maar als trainer van de jeugd of als assistent-trainer van een 1e elftal beleef ik nog genoeg plezier aan het spelletje en ga ik daar zeker mee door.

Welke amateur mag in deze column niet ontbreken en waarom niet?

Mag ik er ook 2 noemen Patrick Geesing en Jan Bouwhuis. Ik heb zelf maar 4 jaar in de hoofdklasse gespeeld, maar deze 2 gasten vormden volgens mij wel 10 jaar lang het centrale duo bij Sportclub Enschede in de Hoofdklasse. Patrick en Jan voelden elkaar prima aan in en buiten het veld, hadden allebei voetballend vermogen, kracht, souplesse en ze zagen er ook nog eens identiek uit met hun karakteristieke kale koppen. Iedereen kende wel het centrale duo van Sportclub Enschede in die tijd. Daarnaast waren het topgozers en altijd in voor een biertje en gezelligheid, maar als er gepresteerd moest worden stonden ze er en dat verwachten ze ook van de anderen en zo niet, maakten ze dat wel kenbaar.

Mooiste herinnering aan een trainer?

Dat is toch Paul krabbe, hij loopt een beetje als een rode draad door mijn eigen carrière. Paul is een motivator en een trainer die zichzelf enorm ontwikkeld heeft en enorm gedreven is. Op het veld was het serieus en ging het om presteren en daarom heen was het losjes. Het was het jaar bij HSC’21 (’97 – ’98) we werden 3e in de competitie en we gingen met de hele groep inclusief de vrouwen aan het eind van het seizoen naar Valkenburg.

We staan in een café in Valkenburg en komt er ineens een taxibusje voor rijden. Alleen casino werd er geroepen, degene die het door hadden en nog snel konden reageren sprongen in de taxi. De rest werd beduusd achter gelaten van wat gaan die doen. Wilden we met onze half dronken kop het casino binnen lopen, maar werden al snel tegengehouden door de bewaking. Paul op zijn beurt dacht, denk ik, laat hun maar discussiëren, ik ga mijn eigen weg wel. Wij zagen hem op een afstand op handen en voeten kruipend onder het poortje van het casino binnengaan, niemand had het door.

Hij is binnen en gaat vrolijk staan zwaaien naar ons, zo van kijk mij eens slim zijn en ondertussen een grote smile op zijn gezicht. Voordat Paul het door had werd hij door de bewaking in zijn nekvel gegrepen en kwam hij weer voorbij, tussen 2 bewakers in, maar dan in tegengestelde richting, richting de uitgang. Een half uur later waren we alweer terug in het café.

Foto archief: sportfoto-oost.nl

Had jij een ritueel voor de wedstrijd en/of een bijnaam?

Nee, ik had geen vast ritueel. Bijnaam die wel eens voorbij kwam was boertje of farmer, maar dat was meer buiten het veld.

Wat was je mooiste sportpark?

Toch wel Berg en Bos in Apeldoorn, AGOVV speelde daar. Het lag helemaal in de bossen en had een soort van rust over zich en Ik heb een keer een wedstrijd gespeeld bij Phenix in Enschede en dan niet het hoofdveld maar daarachter. Daar ligt nog een veld helemaal tussen de bomen. Een geweldige grasmat, maar vooral de stilte die daar heerste en je kreeg niets meer mee van dat daarbuiten ook nog iets was. Het was het perfecte plaatje een veld, de lijnen, de 2 goals, de bomen, de rust en 22 man die aan het voetballen waren.

Wat was je mooiste goal?

Die maakte ik aan het eind van mijn carrière en dat was in het 2e van Sportclub Enschede. Ik ging diep en kreeg de bal van Jeroen Franken van eigen helft door de lucht aangespeeld. Het was een pass van wel 50m, De bal leek ook heel lang onderweg. De bal daalde en kwam van achter over me heen ongeveer op 14m van de goal van de tegenstander en ik zie vanuit mijn ooghoeken de keeper uitkomen. De bal neem ik ineens vanuit een halve volley met binnenkant voet over de keeper heen, heerlijke goal en perfecte pass.

Waar moet een goede verdediger in jouw ogen aan voldoen?

Hij/zij moet zijn directe tegenstander uit kunnen schakelen, daarnaast de opbouw kunnen plegen en een goede inspeel pass hebben, zowel over de grond als door de lucht. Daarnaast coachend vermogen hebben en het spel kunnen lezen, om daarop te kunnen anticiperen.

Wat is het grootste verschil tussen het voetbal in jouw tijd en de huidige generatie?

Ik weet niet of er echt verschil is. Het is anders nu en het wordt anders beleefd, zo lijkt het. De huidige generatie gaat er anders mee om. Is het beter weet ik niet, het is waar je je goed bij voelt. Ik voelde me goed bij hoe ik het deed. Mijn zoon is van de huidige generatie, maar die heeft ook wel dezelfde motivatie, die ik had. Het is persoons gebonden, dat was het toen en nu is dat ook nog zo. Het lijkt er alleen nu meer op, dat men eerder kiest voor plezier en met vrienden voetballen, dan voor prestatie. Terwijl het toen meer samen ging, maar dan wel in de volgorde presteren, plezier en vrienden. Misschien is dat wel het verschil.

Wat is jouw advies aan de talenten van nu?

Wil je prestatie voetballen; ga er dan ook volledig voor. Daar moet je veel voor doen en veel voor laten. Heb je zoiets van: Ik wil gewoon lekker voetballen met vrienden; prima, doen! Maar heb vooral plezier in alles wat je doet en sta er af en toe bij stil wat je doet en geniet.

Wat is jouw motto als trainer en droeg je dat als speler ook uit?

Ja, het is bij mij als trainer zo, dat als je bezig bent met het spelletje, je dan ook de volledige focus en concentratie hebt. Tussendoor en na de tijd is er altijd tijd voor een lolletje en plezier. Maar die anderhalf uur trainen 2x in de week en die wedstrijd; heb je volledig de aandacht erbij en voer je uit wat er gevraagd wordt. Zo stond ik er als speler ook in.  Plezier en presteren in het juiste moment.

 

Heb je ergens spijt van?

Spijt niet. Als ik wel eens terugkijk, zoals nu door dit soort vragen, dan heb ik altijd wel: Heb ik niet te vroeg opgegeven en hoe zou het gelopen zijn als… Ben ik niet te vroeg bij FC Twente weggegaan en had ik in ieder geval nog een jaar gewoon moet blijven of eventueel me moeten laten uitlenen aan een andere club i.p.v. terug te gaan naar de amateurs?

Wil je nog iets kwijt?

Dankjewel. Ik heb door je vragen mijn voetbalcarrière weer een beetje herbeleefd en dat voelde goed. Dit heb ik toch allemaal maar meegemaakt met vallen, opstaan en weer doorgaan. Ga zo door met je column en ik hoop dat er nog veel voetballers volgen, waarvan we de carrière mogen mee herbeleven!

Newsoutside