Rob Hoekschop in gesprek met: Jeroen de Roode

Spelersprofiel:

Naam: Jeroen de Roode
Geboren: 9 juni 1969
Positie: Keeper
voetbalperiode bij de senioren:
1987-1997         SV de Enschedese Boys
1997-2001         DJK Eintracht Stadtlohn
2001-2013         SV de Enschedese Boys
2015-heden       Sparta Enschede

Wanneer en waarom ben je gestopt?

Na mijn periode in Duitsland ben ik gestopt met selectie voetbal. Een drukke baan, de geboorte van ons eerste kind en een gebrek aan tijd waren de voornaamste redenen. Omdat ik het spelletje te leuk vond om helemaal te stoppen ben ik, weer terug bij ‘de boys’, blijven voetballen in een vriendenteam. In 2010 heb ik door blessureleed van de selectiekeepers op 42- jarige leeftijd nog een half jaartje bij het eerste onder de lat gestaan. Ik was letterlijk en figuurlijk het laatste redmiddel. De Boys speelde volgens mij toen in de 4de of 5de klasse en we hadden ondanks de lage klassering goede hoop ‘erin’ te blijven. Helaas liep dat anders af en ging ik onder het toeziend oog van mede-veteraan Mike Martinus in de een na laatste wedstrijd na een minuut of 20 het veld af met 2 gebroken vingers.

Mis je het voetbal?

Ik voetbal nog steeds bij Sparta Enschede 35+. Op de vrijdagavonden in de 7 tegen 7 competitie; dus hoef het gelukkig nog niet te missen. In deze bijzondere periode van Corona, mis ik overigens het voetbal wel enorm. De gezelligheid op de vrijdagavond, de wekelijkse training om een beetje op conditie te blijven en het befaamde Sparta 35+ ‘Krumme Lanke’ toernooi, pff wat een groot gemis!

Waar ben je het meest trots op?

Twee dingen: Als eerste de promotie met de Enschede Boys in het seizoen 1990/1991. We werden 4de in de competitie maar promoveerden via de nacompetitie naar de 2de klasse van de KNVB. De promotiewedstrijden tussen de winnaar van de nacompetitie klasse 3a en 3b waren geweldig! Op neutraal terrein bij de Zweef in Nijverdal maar met massa’s meegereisde supporters eindigde de wedstrijd tegen SV Zwolle in 3-3 en moesten we een paar dagen later op herhaling. Deze 2de finale werd door een strafschop van Ron Huizing in de 90ste minuut beslist, het werd 0-1 in het voordeel van ons, dus kampioen!

Tweede waar ik trots op ben is, dat ik een aantal jaren in Duitsland heb mogen voetballen. Het was algemeen bekend dat de talentvolle amateurvoetballers voor een paar extra centen graag de grens over gingen maar een keeper was wel uitzonderlijk. Toen mijn destijds bij DJK Stadtlohn voetballende zwager Edwin Stuut mij vroeg om een keer mee te trainen omdat ze een keeper nodig hadden dacht ik, ach waarom niet. De eerste training was echter een drama! Onder toeziend oog van de trainer, de voorzitter en hoofdsponsor moest Edwin een beetje op de goal trappen en ik moest laten zien wat ik in huis had. Edwin legde echter bal op bal in de kruising en als kers op de taart tijdens een 1 tegen 1 duel nog een tunnel op de koop toe. Ik lag echter lekker in de groep, pakte regelmatig een bal en mocht dus blijven. Een top tijd!

Heb je, met de kennis van nu, alles eruit gehaald als keeper?

Ja en nee. Ik was geen toptalent, maar heb met inzet, kwaliteit als lijnkeeper maar ook met mijn beperkte meevoetballende kwaliteiten (ik had en heb, haha echt een belabberde traptechniek) mijn persoonlijke top wel gehaald. Als we echter in mijn jeugdperiode de trainingsvormen, die de keepertrainers tegenwoordig hebben hadden gehad had ik wellicht verder kunnen komen. In die periode was niet alleen de keeper gek, maar zeker ook de keeperstrainer, die werkte aan conditie en niet aan de meevoetballende vormen en traptechnieken, gemiste kansen destijds!

Heb je ooit de kans gekregen bij een BVO?

Nee, zie hier boven. Te weinig talent om op dat niveau te mogen uitkomen.

Zag je het verdwijnen van de club Enschedese Boys aankomen?

Ja toch wel. De club werd geconfronteerd met al jarenlang een terugloop in leden en minder financiële middelen. Pogingen om te fuseren met andere Enschedese clubs liepen keer op keer vast. Als ooit de grootste vereniging van Nederland met meer dan (volgens mij) 10.000 leden en mede oprichter van FC Twente natuurlijk doodzonde, dat de club ophield te bestaan.

Wat deed dat met jou?

Ik voetbalde in die tijd al niet meer bij de Boys maar de Boys was altijd wel mijn club. Een club waar in de glorie jaren Abe Lenstra voetbalde, maar ook waar mijn opa als keeper in het volkspark de goal verdedigde. Ik heb er altijd met veel plezier gevoetbald en heb goede herinneringen aan alle vrijwilligers, die week in week uit, de zaken top voor elkaar hadden.

Wat doe je nu en wat zijn je ambities/wensen?

Ik voetbal zoals gezegd nog met veel plezier in het Sparta 35+1 team. Een team met veel oud voetballers, die ook in deze column al een keer hun verhaal hebben mogen vertellen zoals Niels Keuter en Stefan Deuzeman (foto). Mooi om zo in competitieverband nog veel oud voetballers weer tegen te komen. Ik heb verder geen ambities of wensen om nog iets in het voetbal te doen anders, dan zo af en toe ons FCT aanmoedigen onder het genot van een biertje.

Wat is jouw top 3 van beste amateurs; waar je mee-of tegen gespeeld hebt?

In de selectieperiode bij de Boys speelde ik met veel toppers. Ruud Vaneker, Ron Haspers, Rene Kamphuis, Rob Heupers, Pascal Harmsen, te veel om op te noemen. Als ik dan toch een keuze moet maken is het ‘postbode’ John ter Mors. Die was geweldig, zowel in als buiten het veld. John had in het veld weergaloze acties en buiten het veld een top gozer en vaak de gangmaker van het team. Zo liep hij tijdens de beslissingswedstijd in Nijverdal waar hij in eerste instantie wissel stond tijdens zijn warming-up een beetje te dollen met de meegereisde spelersvrouwen en werd toenmalig trainer Leo de Boer helemaal gek van hem.

In mijn Duitse periode, kan ik dan niet anders dan mijn zwager Edwin Stuut noemen. Hij haalde mij naar de club, waar hij zelf al 2 jaar een technisch begaafd middenvelder was. Wel een broertje dood aan te veel lopen, maar dat kon hij zich permitteren met zijn techniek. Als derde; iemand die je misschien niet zou verwachten (net als ik dat van mijn nominatie dacht) maar Bas ‘de neus’ Maris was ook echt een jongen van de club. Bas legde ballen over 70 meter op de stropdas met zijn gouden linker en was mijn steun en toeverlaat bij de doeltrappen, die hij altijd mocht nemen. Daarnaast een gangmaker in de kleedkamer!

Zou je iedereen het voetbal in Duitsland aanbevelen?

Als je de kans krijgt; ja, doen. De euro’s zijn leuk meegenomen, maar de ervaring om in een hele andere cultuur te mogen spelen is echt geweldig en onbetaalbaar. DJK Stadtlohn had een mooi complex en als je je een beetje kunt aanpassen maar wel Nederlander blijft, heb je echt een prachtige tijd. Bijkomend voordeel bij de Duitse amateurs; na de wedstrijd stond de bbq altijd aan en heb ik met vader en schoonvader menig braadworstje weggespoeld met een halve liter Veltins.

Wat is je mooiste herinnering aan een trainer?

Omdat ik natuurlijk niet de jarenlange carrière op het hoogste niveau hebt gehad zoals wel vele anderen, die mij in deze column voorgingen heb ik trainers gehad die niet iedereen wat zal zeggen. Ik kan hier mijn keeperstrainer noemen, die ons in de jeugd en de eerste jaren van mijn selectieloopbaan week in week uit afbeulde, maar of dat mooi was, nee. Ik noem Leo de Boer. Leo was een aantal jaren bij de Boys hoofdtrainer en een fijne man. Soms te lief, maar altijd wel met hart voor de club!

Wat was je mooiste sportpark?

Voor mij, ook uit melancholisch oogpunt, natuurlijk het sportpark van de Enschedese Boys aan de Geesinkweg in Enschede, mooie tijden gehad.

Wat was je mooiste redding?

Een keeper maakt zo veel mooie reddingen, maar wordt afgerekend op de blunders. Mijn meest recente redding bij Sparta 35+1 op de vrijdagavond, een balletje uit de kruising met een katachtige redding gevolgd door applaus van al het meegereisde publiek (niemand dus), was mijn laatste hoogtepunt. Reddingen dus te veel om op te noemen, maar voor de zelfspot nog een leuke anekdote over de minst mooie redding (in de volksmond ook wel ‘de blunder’). Ik speelde in Boys 2 nadat de keuze voor de 1ste keeper in eerste instantie op Robert Matenaar was gevallen. Na mijn eigen wedstrijd op zondagochtend tegen een uur of 12:00 de kantine in met een bokbiertje. Komt om 13:00 uur de elftal begeleider van het eerste, volgens mij was het destijds Henk van der Veen, langs met de mededeling, dat ik met het eerste mee moest als reserve keeper. “Henk, ik heb al een paar bokjes op hoor” gaf ik aan maar Henk zei zo’n vaart zal het wel niet lopen. Prompt kon ik na 15 minuten het veld in omdat Robert een speler buiten de zestien onderuit schoffelde. Je raad het al; de vrije trap ging langs de muur, die niet helemaal goed stond, via mij hand, knie en kin in mijn hoek de goal in. Het geroezemoes van het publiek is me nog lang bijgebleven; “die keeper hebben ze half dronken uit de kantine getrokken”.

Wat is het grootste verschil tussen keeperstraining in Duitsland en keeperstraining in Nederland?

In mijn tijd had je in Nederland een keeperstrainer, maar in Duitsland niet. Daar trainde je gewoon mee met de groep.

Wat is jouw advies aan de talentvolle keepers van nu?

Heb je plezier aan het keepen, een beetje talent en de wil om het maximale eruit te halen; denk dan eens aan extra trainingen naast je clubtrainingen. De Keepers University van Michel Veurink is een mooi voorbeeld hiervan. Zo kan iedereen op zijn eigen niveau het maximale er uit halen.

Wil je nog iets kwijt?

Mijn eerste reactie toen in de vraag kreeg om mee te werken aan je column was; waarom ik? Niemand kent Jeroen de Roode toch? Maar “Rob Hoekschop” is een prachtig initiatief om bekende en minder bekende (ex)amateurvoetballers in de spotlights te zetten. Of ze nu op hoog of laag niveau gesport hebben. Het gaat namelijk net zoals in het gewone leven het niet alleen om de prestaties binnen de lijnen, maar zeker ook de gezelligheid en mooie verhalen buiten de lijnen!

Newsoutside Sportverlichting