Rob Hoekschop in gesprek met: Tom Bloeming

Spelersprofiel:

Naam: Tom Bloeming

Geboortedatum: 4 september 1976.

Voetbalperiode (vanaf de senioren welke jaargangen en welke clubs) en je positie:

Rood Zwart (1993-1994)

In 1993 debuteerde ik op 17-jarige leeftijd als spits bij Rood Zwart in de 3e klasse. Na dat jaar ben ik naar Vitesse gegaan en ben ik in de A1 gaan voetballen (als rechtsbuiten en aanvallende middenvelder) met o.a. John Stegeman (foto) (trainer Zwolle). Toen had je nog de Twentse selectie en zijn ze in dat jaar begonnen met de opzet van de “Coca Cola competitie”. Dit is een competitie voor de jeugdafdeling van de betaalde voetbalverenigingen. Nu zou het voor de hand liggen om naar FC Twente gaan, maar gezien de lichting waarin ik zat (o.a. Arnold Bruggink, Rik Platvoet, Marnix Smit) kwam ik daarvoor niet in aanmerking. Heracles Almelo was wel een optie, maar omdat ze daar toen geen goede regeling hadden voor school e.d. was dat geen optie voor mijn ouders.

Foto archief: sportfoto-oost.nl

Vitesse (1994-1997)

Aangezien ik in Arnhem naar het CIOS zou gaan dat jaar en Vitesse nog een aanvallende speler zocht voor de A1 was de link snel gelegd. Jan Streuer nodigde mij uit voor een proeftraining en direct daarna vroeg hij mij of ik bij Vitesse in de A1 wilde spelen. Toen had Streuer volgens mij al kijk op goede voetballers… Door vervroegd naar de senioren te gaan bij Rood Zwart, was ik fysiek sterk en dat heeft mij zeker geholpen in mijn eerste jaar bij Vitesse en in mijn verdere ontwikkeling. Na het jaar in de A1 van Vitesse, waar Frans Thijssen trainer was en we tweede achter Ajax zijn geworden, ben ik naar de beloften gegaan. Hier heb ik 1 jaar in gevoetbald als voorstopper. De trainer (Nico van Zoghel) gaf aan dat, als ik het eerste wou halen, ik de meeste kans zou maken als voorstopper. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Ik kwam binnen bij Vitesse als aanvaller om uiteindelijk als verdediger mijn debuut te maken.

Vervolgens haalde Leo Beenhakker mij in de voorbereiding bij het eerste, waarbij ik in het begin mijn wedstrijden bij de beloften bleef spelen. Tot het moment dat Vitesse tegen NAC moet spelen en Erwin van der Looi geblesseerd raakte en Theo Bos geschorst was. Leo Beenhakker had op dat moment voor John van den Brom kunnen kiezen als voorstopper / laatste man, maar hij wilde schijnbaar niet te veel sleutelen aan zijn elftal en zo maakte ik mijn debuut bij Vitesse 1.

Na een half jaar bij de selectie te hebben gezeten, sloeg het noodlot toe op het trainingskamp tijdens de winterstop. De binnen- en buiten meniscus in de rechter knie waren dusdanig kapot dat ze bijna in zijn geheel zijn weggeknipt. Terwijl een driejarig contract klaarlag om te ondertekenen, was het einde verhaal in het betaalde voetbal.

HSC ’21 (1998-2004)

Na een jaar revalideren ben ik in 1998 naar HSC ’21 gegaan en gelijk in het eerste jaar; wonnen we alles wat er te winnen viel. Wat een fantastisch jaar was dat! Kampioen in de hoofdklasse, algeheel zondag kampioen en algeheel kampioen. Ik heb hier tot 2004 met heel veel plezier gevoetbald. Vooral de wedstrijden tegen Quick ’20, Stevo, De Treffers, AGOVV en uiteraard IJsselmeervogels zullen mij altijd bijblijven. Aan HSC ’21 bewaar ik dan ook ontzettend fijne herinneringen.

Rood Zwart (2005-2019)

In 2005 ben ik weer bij Rood Zwart gaan voetballen. Ik heb nog vier jaar lang in het eerste elftal gespeeld met mijn vrienden. Vervolgens ben ik langzaam afgegleden naar de lagere elftallen binnen Rood Zwart.

Wanneer en waarom ben je gestopt?

Ik ben vorig jaar gestopt met voetballen op advies van de chirurg. De slijtage in de knie was dusdanig erg, dat voetballen uit den boze was. Natuurlijk wist ik, dat dit er een keer aan zat te komen, maar je wilt nog zo graag tegen de bal trappen dat je niet uit jezelf gaat stoppen. Uiteindelijk toch de keuze gemaakt om te stoppen en nu ben ik fanatiek aan het wielrennen.

Mis je het voetbal?

Ik moet toegeven, dat ik het voetbal nog wel mis. Heel af en toe train ik nog wel eens mee op de donderdagavond met Rood Zwart 6. Dit levert mij dan wel weer 3 dagen een dikke knie op. Sinds dit jaar heb ik ook zitting genomen in de TC bij Rood Zwart en dat bevalt mij zeer goed. Zo blijf je toch nog betrokken bij het voetbal en de vereniging.

Waar ben je het meest trots op?

Het meest trots ben ik toch wel op mijn debuut bij Vitesse. Ik was zeker niet de meest getalenteerde speler in mijn periode bij Vitesse, maar had wel de mentaliteit en discipline om te slagen. Daarnaast ben ik natuurlijk ontzettend trots op de behaalde kampioenschappen met HSC ’21 en dan vooral het algehele kampioenschap in 1999.

Heb je, met de kennis van nu, alles eruit gehaald?

Jazeker. Ik ben er van overtuigd dat, als ik niet geblesseerd aan de knie was geraakt, ik betaald voetbal had gespeeld. Door die blessure is het er nooit van gekomen. Ik ben door die blessure ook anders gaan voetballen en ben nooit meer op mijn oude niveau teruggekomen.

Had je veel last van de overstap van de profs naar de amateurs?

Nee. Ik kwam bij HSC ’21 in een elftal terecht, dat zeker niet had misstaan in de eerste divisie. Dit was de top van het amateurvoetbal. De overstap van HSC ’21 naar Rood Zwart was wel groot. Maar daar heb ik mij ook op ingesteld. Ik kan mij heel goed voorstellen, dat heel veel spelers hier moeite mee zouden hebben.

Je hebt op meerdere posities gespeeld; welke had jouw voorkeur?

Klopt. Ik ben als rechtsbuiten begonnen bij Rood Zwart en heb bij Vitesse als rechtsbuiten, aanvallende middenvelder en verdediger gespeeld. Mijn voorkeur gaat toch uit naar middenvelder. Alhoewel, bij HSC ’21 draaiden we met de hele rechterkant steeds door. Waardoor je eigenlijk elke positie moest kunnen bespelen aan de rechterkant. Als Dennis Sepp of John Gielink van rechtsbuiten naar binnen trok en Arnold Marshall diep ging, dan zakte ik al terug naar de rechtsback positie. Vervolgens ging ik weer diep en zo draaiden we steeds door. Dat was wel gaaf!

Wat doe je nu en wat zijn je ambities/wensen?

Ik ben op dit moment leider van mijn zoon, die bij Rood Zwart in de JO9-1 speelt. Ook ben ik leider van het handbalteam van mijn dochter. Erg leuk om deze jongens en meisjes te begeleiden en sinds dit jaar neem ik ook zitting in de TC (senioren) bij Rood Zwart. Hier haal ik ook heel veel voldoening uit. Mijn ambitie is om nog een keer assistent-trainer te zijn bij een eerste elftal. Maar zolang de kinderen nog jong zijn, is dit nog niet aan de orde. Op de zaterdag de voetbal en zondag de handbal, is op dit moment meer dan genoeg. Er moet tenslotte ook nog tijd over blijven om te wielrennen.

Wat is jouw top 3 van beste amateurs; waar je mee-of tegen gespeeld hebt?

Er zijn zoveel goede voetballers waar ik mee of tegen gevoetbald heb dat een top drie eigenlijk onmogelijk is. Ik zal er een drietal uitlichten waar ik bewondering voor heb.

Arnold Marshall: Ik had met Arnold destijds bij HSC ’21 een geweldige klik. We voelden elkaar ontzettend goed aan. In mijn ogen is Arnold een van de betere voetballers waarmee ik heb gevoetbald. Altijd kijken naar de voetballende oplossing en nooit een bal zomaar uitschieten. Geweldig!

Tom Slotman: Voor Tom heb ik ook, zowel als speler en als persoon, veel bewondering. Tom was één van de jongens uit de jeugd van HSC ’21. Voor een jeugdspeler is het natuurlijk ontzettend lastig om je te bewijzen tussen de “gearriveerde” spelers. Een trainer kiest dan toch vaak voor zekerheid. Ik blijf het daarom jammer vinden, dat hij nooit een langere tijd in het eerste van HSC ’21 heeft gespeeld. Als hij het vertrouwen van een trainer had gehad en voor langere tijd zijn kunsten had mogen tonen, had hij het waargemaakt. Maar bij een vereniging als HSC ’21 worden vaak (kan misschien ook niet anders als je in de top wilt mee doen) spelers van buitenaf gehaald, wat weer ten koste gaat voor de doorstroming van de eigen jeugd.

Dimitri van Gerrevink: Dimitri speelde bij AOGVV als liksback / linkshalf. Hij is een van de betere tegenstanders waar ik tegen heb gespeeld. Het waren altijd mooie wedstrijden waar natuurlijk de nodige duels moesten worden uitgevochten. Volgens mij waren wij redelijk aan elkaar gewaagd. Hij bespeelde met zijn loopvermogen de gehele linkerkant en ik deed hetzelfde aan de rechterkant. Mijn voordeel was, dat ik altijd nog op Arnold kon rekenen…

Wat is je mooiste herinnering aan een trainer?

Leo Beenhakker: Leo Beenhakker had heel veel oog voor de jeugd. Ik weet nog goed dat hij zei, dat de gearriveerde spelers (o.a. John van den Brom, Edward Sturing, Raymond Atteveld) zichzelf wel zouden redden en dat hij juist met jongste jongens aan de slag ging. Dat tekent hem wel. Wat mij ook altijd is bij gebleven is het moment dat ik bij hem in het kantoortje moest komen. Hij vroeg aan mij waarom ik bij Vitesse speelde en wat mijn doelstelling was. Ik zei schuchter: “dat ik hier voetbal om in het eerste te komen”. Nou zei hij:  “je bent erbij komende zondag tegen NAC en waarschijnlijk speel je ook”. Hij gaf aan dat het zijn verantwoordelijkheid was. Het enige wat hij wou zien is dat er een kerel in het veld staat en dat ik die kangoeroe van een Graham Arnold wel in mijn buidel zou houden.

Daarnaast heb ik ook veel mooie herinnerringen aan Paul Krabbe. Paul was een echte motivatie trainer. Hij kon van het elftal een team maken. Hij kon het elftal zo motiveren, dat je voor elkaar door het vuur ging. Ik kan me nog herinneren dat we tegen Colmschate ’33 in de rust, met tien man,  met 0-1 achter stonden. Hij gaf een donderspeech! We keken elkaar aan en spraken met elkaar af om vol voor de overwinning te gaan. Uiteindelijk werd het die zondag volgens mij 4-1.

Wie ook grote invloed had op onze groep was onze leider Wim Busschers. Hij zorgde ervoor dat alles in goede banen werd geleid. Je kon hem, als het nodig was, midden in de nacht bellen. Ik denk dat de combinatie Paul en Wim een positieve invloed heeft gehad in onderlinge verhoudingen binnen de spelersgroep.

Wat was je mooiste sportpark?

HSC ’21 – Scholtenhagen: dit is denk ik wel het mooiste sportpark hier in de regio. Fantastische accommodatie. Hetzelfde geldt ook voor de accommodatie Berg en Bos van AGOVV.

Wat was jouw specialiteit?

Ik was als voetballer vrij allround. Ik kon op meerdere posities uit de voeten. Ik was overal wel aardig goed in. Misschien dat mijn loopvermogen en voorzet wel één van mijn specialiteiten waren.

Waar moet een goede middenvelder aan voldoen, volgens jou?

Die moet goed in positiespel zijn, de wedstrijd kunnen lezen, verdedigende en aanvallende kwaliteiten bezitten, snelheid hebben en een goed schot zou ook niet verkeerd zijn. Een type Ryan Gravenberch.

Wat is jouw advies aan de talentvolle spelers van nu?

Talentvolle spelers hebben vaak bepaalde verwachtingen. Het belangrijkste is, dat ze geduld en plezier hebben. Als ze goed genoeg zijn komen ze er wel. Vaak zie je tegenwoordig dat als ze een keer niet in de basis staan, ze gelijk gaan tegenstribbelen. Is nergens voor nodig. Als je iets heel graag wilt bereiken, gaat dat lukken. Je moet er wel alles voor over hebben en bepaalde dingen voor laten.

Wil je nog iets kwijt?

Ik vond het ontzettend leuk om hier aan mee te werken. Wellicht een idee om ook (oud) trainers te vragen voor deze rubriek? Ik denk dan o.a. aan een Gerard Schefer, Paul Krabbe, Gerard Bos, etc.

Newsoutside Sportverlichting