Rob Hoekschop in gesprek met Koen Reinerink

Spelersprofiel:
Naam: Koen Reinerink
Geboortedatum: 31-08-1967.

MVV29 Harbrinkhoek: 1984/1985, 1 seizoen 3e klasse zondag, linkerspits. (Hier heb ik ook in de jeugd gespeeld).
SC Heracles’74: 1985 t/m 1988, 3 seizoenen. Ik ben gehaald en begonnen in de jeugd. Na een paar maanden werd ik overgeplaatst naar het eerste, dat jaar spelend in de eredivisie. Vervolgens nog 2 jaar eerste divisie. Positie linkerspits of links hangend.
Stevo: 1988 t/m 2005, 17 seizoenen, 14 jaar hoofdklasse (toen nog het hoogste niveau) en 3 jaar eerste klasse. Linkerspits/linkshalf/centrale middenvelder.

Wanneer ben je gestopt en waarom?

15 juni 2005 speelde ik mijn laatste wedstrijd voor Stevo-1 , een beslissingswedstrijd tegen Erica, die we wonnen met als gevolg promotie naar de hoofdklasse. Dit was tevens een mooi afscheid. Ik was bijna 38 jaar en vond het toen mooi geweest. Er komt een moment om te stoppen. Ik heb dat de laatste jaren, per jaar bekeken. Ik wilde graag zo lang mogelijk doorspelen met plezier, maar moest ook wel het gevoel hebben dat ik nog van waarde was voor het team.

Mis je het voetbal?

Zelf voetballen blijft het mooiste wat er is. Door de week lekker trainen en werken naar zondag toe. Met elkaar lekker fanatiek bezig zijn en proberen een doel te bereiken. Maar dan wel fanatiek en op een zo hoog mogelijk niveau. Ik heb toen ik stopte; bewust wat afstand genomen. Ik heb een aantal jaar later nog wel een paar jaar lager gespeeld. Ik ben vooral zelf blijven sporten, wielrennen en hardlopen en dat doe ik nog steeds.

Hoe zou je jezelf als speler omschrijven?

Ik was wel een technische speler, ik had een aardige techniek en een behoorlijke linker. Ik was wel iemand van veel assists. Ik hoefde mijn tegenstander niet per se voorbij om de bal bij de spits te krijgen. Bovendien had ik een goede voorzet/pass/schot. Mijn rechter was niet zo best (haha). Ik probeerde wel altijd alles te geven. Ik was behoorlijk fanatiek en kon slecht tegen mijn verlies. Als ik een gele kaart kreeg, was het ook meestal wegens praten of commentaar op de leiding. Ik was een enorme liefhebber van het spelletje. Ik kon echt naar de zondagmiddag toeleven, maar ik vond het ook heerlijk om te trainen door de week.

Was het voetbal in jouw tijd, anders dan nu?

Zoals ik het ervaar, niet dat het vroeger beter was dan nu. Het voetbal gaat tegenwoordig natuurlijk allemaal wel wat sneller. Ook de handelingssnelheid. Vroeger kreeg je meer ruimte. Nu spelen ploegen over het algemeen veel compacter. Ook fysiek wordt er tegenwoordig meer gevaagd. Er zijn natuurlijk ook veel meer mogelijkheden om je fysiek te ontwikkelen. In mijn tijd was er amper een sportschool. Vroeger probeerde ik als linksbuiten diverse keren de achterlijn te halen. Nu wordt dat van de linksback verwacht. De verbale communicatie onderling was vroeger ook heel anders. Vroeger kreeg je nogal eens op je flikker als je iets niet goed deed. Dan hield je elkaar behoorlijk scherp. Tegenwoordig is het wel wat makkelijk met: Jammer volgende keer beter. Dat is me dan wel weer iets te gemakkelijk.

Wat was jouw specialiteit?

Ik had een goede voorzet, hier oefende ik veel op, kromme voorzetten geven, afdraaiende voorzetten, deze zag ik destijds veel op de Sportschau van Manfred Kaltz, uitvinder van de “Bananenflanke”. Bovendien had ik ook wel een goede trap/schot. Ik oefende vroeger ook op sprinten. Ik was voor een linkerspits niet supersnel. Mijn vader gaf aan, toen ik in de jeugd speelde, dat ik moest trainen op mijn snelheid, dat je snelheid moest hebben als linkerspits.

Heb je het maximale eruit gehaald als speler?

Lastig te zeggen. Ik werd door Heracles gehaald om in de jeugd te gaan spelen maar na 2 maand ging het zo goed, dat ik bij het eerste kwam. Ik heb nog nacompetitie met de jeugd moeten spelen voor klasse behoud en vervolgens begon het nieuwe seizoen bij het eerste alweer. Halverwege het 2e seizoen raakte ik geblesseerd aan mijn liezen. Pure overbelasting. De blessure duurde tot halverwege mijn 3e seizoen. Ik heb in die periode nagenoeg niet gespeeld. Ik heb er totaal bijna een jaar uitgelegen. Dat was een behoorlijke vervelende periode. Ik was het plezier in het voetballen wel kwijt toen. Ik heb daarna het laatste half jaar nog wel gespeeld, maar kreeg geen nieuw contract. Dus misschien was het allemaal anders gelopen, als ik er geen jaar had uitgelegen. Maar ik vind wel, dat als je echt goed genoeg bent als speler, dat je er dan uiteindelijk ook wel komt.

Over welke kwaliteiten dient een goede centrale middenvelder te beschikken?

Ligt er wel enigszins aan of hij verdedigend (met de punt naar achteren) of aanvallend (met de punt naar voren) speelt. Beiden: conditioneel sterk, balvast, voetbalintelligentie. Verdedigende: spel makkelijk, snel kunnen verplaatsen, bemoeien met de opbouw, elftal bij elkaar houden, coachende rol hierin, winnaarsmentaliteit.
Aanvallende dient scorend vermogen te hebben, goed schot, goede steekpas, spitsen in stelling brengen. Voor beide posities is het ook van belang (afhankelijk van het niveau) dat je redelijk 2-benig bent.

Wat is jouw top 3 van beste amateurs; waar je mee-tegen gespeeld hebt.

Ik zou geen top 3 kunnen noemen. Ik heb met vele goede spelers gespeeld maar ook tegen zo vele goede spelers.  Wil er wel een aantal benoemen waarmee ik gespeeld heb. Theo Wigger, jaren meegespeeld, niet de beste en geliefdste bij de tegenstander maar o zo belangrijk voor het team. Iemand die de boel scherp hield door zijn instelling en fanatisme en altijd voorop ging in de strijd. In het kampioensjaar, het landskampioenschap, waren Tonnie Elferink en Alfons Kruiper geweldig op dreef. Dit zonder de rest tekort te willen doen.

Waar ben je het meest trots op?

Dat ik betaald voetbal heb mogen spelen, in de eredivisie en eerste divisie gespeeld heb. Toch nog zo’n 39 competitiewedstrijden. Gescoord heb in de eredivisie (op Kaalheide) en 2x in de eerste divisie. Dat ik Nederlands kampioen geworden ben bij de zondagamateurs met Stevo in 1994. Dit was een unieke en fantastische prestatie. Bovendien wonnen we de beker in 1995. En eigenlijk ook wel dat ik het zo lang vol heb kunnen houden en met veel plezier heb gespeeld. Bovendien ben ik in mijn eerste jaar kampioen geworden en gepromoveerd naar de hoofdklasse en ik heb mijn carrière ook afgesloten met een promotie naar de hoofdklasse.

Wat is je mooiste herinnering?

Dat zijn er meerdere. In mijn basis debuut bij Heracles in de eredivisie met een doelpunt op Kaalheide tegen Roda.
Maar ook de 2-2 die ik thuis maakte tegen Meersen in de 94ste minuut bij het kampioenschap voor de zondagamateurs. Dit was voor ons de een na laatste wedstrijd en voor Meersen de laatste. Theo Wigger had al rood gekregen en we speelden met 10 man. Patrick Bosch scoorde in de 88ste minuut de 1-2. De beker stond al klaar bij de middenlijn om uitgereikt te worden aan Meersen. Toen maakte ik in de 94ste minuut de 2-2. Wat een ontlading, wat een feest. Door dit doelpunt, het gelijke spel, hadden wij het de laatste wedstrijd in eigen hand door te winnen bij Tonegido en dat deden we dus. Half Geesteren wachtte ons midweeks rond middernacht op bij café Steggink. Helaas verloren we daarna de algehele titelstrijd over 2 wedstrijden van Katwijk op doelsaldo. Maar ook deze wedstrijden met zoveel publiek en entourage waren geweldig om mee te maken.

Wat doe je nu en wat zijn je ambities/wensen?

Ik werk bij van Buuren, groothandel in ijzerwaren, gereedschap en bouwbeslag in Rijssen op de inkoop. Ik ben getrouwd met Mathilde en we hebben 2 geweldige dochters, Madée en Danique. Zelf ben ik nogal sportief bezig, waaronder wielrennen en hardlopen. Ik heb bij TVC’28 zo’n 4 jaar techniektraining gegeven aan de jeugd. Dit heb ik daarna bij mijn oude club MVV’29 uit Harbrinkhoek ook zo’n 4 jaar gedaan.

Foto archief: TVC’28

Vorig jaar ben ik begonnen als assistent-trainer bij TVC’28-1, zondag eersteklasser.  Het begon toch weer te kriebelen. De kinderen worden groter en er komt weer meer vrije tijd. Omdat ik al zo’n 25 jaar woonachtig ben in Tubbergen was het voor mij wat makkelijker om deze beslissing te nemen. Ik had natuurlijk een behoorlijk Stevo verleden en tja, Stevo en TVC’28 is toch wel haat en nijd. Dit is mijn 2e seizoen. Ik heb hierin geen ambities, maar ik wil er in ieder geval plezier aan beleven en ook het gevoel hebben dat ik wat kan bijdragen aan de trainer en het team. Ik heb besloten om er sowieso nog een jaar aan vast te plakken. TVC’28 is een club die alles goed op orde heeft. Een mooi complex met een goede jeugdopleiding.

Wat is jouw mooiste herinnering aan een trainer?  

Ten eerste wil ik de volgende trainers graag even benoemen waaronder ik getraind heb. Ik kon overigens met alle trainers wel goed overweg en heb van eenieder wat opgestoken. Wim Adolfsen, Bas Pauwe, Epi Drost, Evert Bleuming, André Paus (foto), Guus Hoevenberg en Paul Krabbe.

Foto archief: sportfoto-oost.nl

Wat ik me van Epi Drost direct herinner was, dacht ik de eerste training, dat hij tegen onze keeper Marcel Beernink zei vanaf 20 meter; waar wil je hem hebben? Marcel wees linksboven in het hoekje. Epi schoot de bal ook zo strak in de bovenhoek, met zijn Mitre schoentjes, ik denk maatje 39. Of als we zondags verloren hadden dan kwam hij dinsdag op de training en zei hij niets. Sprak ons niet toe. Op het veld deelde hij de hesjes uit voor een partij. De volgende training was hij pas weer te genieten en aanspreekbaar.

Onder Epi werden we Nederlands kampioen, niet dat er bijzonder werd getraind. We hadden nl heel vaak groot partij. Wel kort veld, dus veel in de duels. Ging dat volgens hem niet scherp genoeg dan gingen we wat anders doen. Hij was echt wel iemand waar je tegenop keek. Een geweldige en bijzondere man.

Foto archief: sportfoto-oost.nl

Met Evert Bleuming kon ik het ook goed vinden. Heb er mee gespeeld en later als trainer gehad. Een echt voetbaldier en goed mens. Hij zorgde er ook voor dat ik in 1 seizoen aan beide achillespezen ben geopereerd. Stond normaal toch een behoorlijke wachttijd op. Daar was ik hem wel enorm dankbaar voor. Je kon met hem heerlijk over voetbal lullen. Hij wilde graag dat je speelde met overtuiging, bezieling en durf.

En dan Paul Krabbe. Het valt mij op dat veel spelers positief over hem praten. Die bezetenheid, het fanatisme wat hij met zich meebracht. Maar ook zijn gevoel voor humor. Ik vond het geweldig om onder hem te spelen en trainen. Hij deed alles voor de groep. Als we trainden op het 2e veld wat niet mocht en er kwam iemand van het bestuur om te zeggen dat we naar het trainingsveld moesten dan zei hij: “Je denkt toch niet dat we op zo’n knollenveld gaan trainen”.  Jongens hier blijven”. Geweldig!

Foto archief: sportfoto-oost.nl

Wat is het mooiste sportpark?

Ik vind de Peuverweide van Stevo natuurlijk mooi. Daarnaast AGOVV, de Treffers maar ook HSC’21 en Quick’20.

Foto archief: sportfoto-oost.nl

Wat was je mooiste goal?

De mooiste weet ik niet maar een goal in de beker tegen Heino kan ik me nog wel goed herinneren. Ik nam hem op mijn linker in een keer, op de punt zestien en de bal verdween in de kruising in de verre hoek. Dinsdag 28 april 1999, 2 dagen na de geboorte van onze dochter Madée.

Wat is jouw advies aan de talenten van nu?

Wil je lekker ballen prima. Geniet ervan. Heb je ambities geloof in jezelf. Door zelf hard te werken en in jezelf te investeren kun je een heel eind komen. Je kunt zoveel sterker worden door bepaalde onderdelen extra te trainen. Je hebt tegenwoordig zoveel mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen. Ga niet bij de pakken neerzitten na een teleurstelling. Volg je voetbalhart. Durf stappen te nemen als je hogerop wilt.

Heb je nog ergens spijt van?

Nee, juist niet. Ik ben blij dat ik destijds de keuze heb gemaakt om van MVV’29 naar Heracles te gaan en van Heracles naar Stevo. Ik weet dat ik het beide keren enorm moeilijk heb gehad om die keuze te maken. Om naar Heracles te gaan, zeiden veel mensen in mijn omgeving van; wat moet je daar nou doen? Het was geen FC Twente in die tijd. Maar ja, ik was enorm gek van het spelletje. Nu is dat een heel andere tijd.  Maar ook toen ik de keus had om van Heracles naar Stevo (had ook naar sc Enschede of in Duitsland kunnen gaan) te gaan.

Geesteren ligt 5 km verderop van Harbrinkhoek, waar ik destijds woonde. Er was nogal een beetje haat en nijd. Maar Stevo speelde toen op het een na hoogste niveau. En ik wilde wel graag op niveau blijven spelen. Ome Jan Kokhuis, die in het bestuur zat benaderde mij, in opdracht van Henk Droste. Wat een geweldige voorzitter, maar ook mens was dat. Zo bezeten, zo enthousiast, zo gedreven en kundig. Na mijn 2-2 tegen Meersen zakte hij van blijdschap/spanning in elkaar. Pfff. Gelukkig liet hij zich ‘s avonds weer zien. Ik heb mijn voetbalhart gevolgd en ik heb er 17 jaar in het eerste gespeeld. Als ik kijk wat me dat allemaal heeft gebracht. Nee, totaal geen spijt dus.

Wil je nog iets kwijt?

Toen ik bij Stevo kwam, kwam ik in een team waarin de meesten al aardig wat kampioenschappen hadden behaald, Michel Janssen en Harry Ekkel waren de eersten van buitenaf. Ik heb daarna met heel veel spelers gespeeld. Vele mensen en spelers leren kennen.

Ik heb een geweldige tijd (17 seizoenen) gehad bij deze fantastische club. Zoveel enthousiasme, de wil om te winnen, het fanatisme, zoveel beleving. Het voetbal leefde enorm in Geesteren. Ook bij de supporters, vaak in grote getale aanwezig op de Peuverweide, maar ook bij uitwedstrijden.

In de beginjaren waren er bij thuiswedstrijden gemiddeld 1000 supporters, derby’s niet meegerekend.
Toch vind ik het ook mooi, dat we in het jaar dat we landskampioen werden, er ook echt veel jongens uit Geesteren zelf in de selectie zaten. Een ongekende en unieke prestatie!

Ook wil ik nog kwijt dat het gebruikelijk was dat we na de wedstrijd altijd de punten bij café Steggink inleverden (Ook als we verloren). Harrie Steggink was en is nog steeds keeperstrainer. Een geweldige, positieve en enthousiaste kerel voor de club en het team!

G

Newsoutside Sportverlichting