Rob Hoekschop in gesprek met: Roland Zwiggelaar

Spelersprofiel:

Naam: Roland Zwiggelaar
Geboren: 01-06-1975

Voetbalcarrière:

Heracles’74: seizoen ‘93-‘94 en ‘94-’95 spelend op linksbuiten/linkshalf, Excelsior’31: ‘96-’97 spelend op linkshalf/linksbuiten, Dos’37: vanaf ‘95-‘96 tot seizoen ‘06-’07 als aanvallende middenvelder en spits.

Wanneer en waarom ben je gestopt?

Op mijn 31e levensjaar heb ik een punt gezet achter mijn actieve voetbalcarrière; ik heb me toen voorgenomen om me volledig op mijn werk te storten als zelfstandig fysiotherapeut in de fysiotherapiemaatschap Vriezenveen/Westerhaar; tegenwoordig Fysio Twenterand geheten. In de praktijk bleek nl. dat ik niet meer voor de volle 100% de trainingen kon volgen. En dat voelde niet goed voor mezelf. Ik ben vervolgens nog een paar jaar in de lagere elftallen gaan spelen bij Dos’37 en vond het toen welletjes.

Hoe zou je jezelf als speler omschrijven?

Ik ben altijd klein van lengte geweest, waardoor ik me fysiek niet kon laten zien. Het gevolg was dat ik voetballend alles moest oplossen. Als karakter had ik een gedrevenheid om nooit te willen verliezen; hetgeen niet inhield dat ik niet tegen mijn verlies kon. De mensen om mij heen omschreven me altijd als iemand die balverliefd was; zelf reflecterend denk ik, dat dit ook juist was; ik wilde ook altijd de bal hebben.

Verder was ik als persoon niet op de voorgrond tredend, maar wilde ik me wel graag voetballend onderscheiden. Ik was meer een persoon van geen woorden, maar daden. Voelde ik me goed in de groep, dan zag je dit uiteindelijk terug in mijn eigen prestaties; alles liep dan goed. Zowel voor mijzelf als uiteindelijk voor het team. Het omgekeerde was ook vaak waar. Ik denk dat dit voor veel voetballers geldt, maar vaak denk je dat dit alleen voor jezelf geldt. Door ervarenheid leer je hier beter mee omgaan.

Wat was jouw specialiteit?

Ik denk niet dat ik 1 specialiteit had, maar dat het een combinatie van meerdere factoren was dat me kenmerkte als voetballer. Ik moest het van mijn loopvermogen, beweeglijkheid en techniek hebben. Ik ben altijd linksbenig geweest, hetgeen je als voetballer toch ook wel weer “speciaal” maakt. Daarnaast had ik het geluk dat ik gezegend was met het bekende “neusje voor de goal”-fenomeen. Waar sommigen binnen de 16-meter faalangstig worden, zo gretig werd ik binnen die beruchte en geliefde lijnen.

Heb je het maximale eruit gehaald als speler?

Helaas heb ik niet alles uit mijn carrière kunnen halen; een aaneenschakeling van blessures zorgde er voor dat ik me steeds meer ging afvragen of ik wel geschikt was voor het hoogste niveau. Qua fysieke belastbaarheid was mijn lichaam niet opgewassen tegen de soms zeer hoge fysieke belasting die er op het voetbalveld wordt gevraagd van je. Ik merkte al gauw dat ik een langere hersteltijd nodig had van mijn lichaam op geleverde prestaties dan anderen.

Vaak had ik spierpijn na een zware training of wedstrijd en toch moest je soms de volgende dag alweer aan de bak. Dat uitte zich dan na enkele weken tot overbelasting van mijn spieren (buikspieren, hamstrings, liezen), waardoor ik dan weer een tijd niet meer kon voetballen. Ook mijn enkels waren een zwakke plek van mijn lichaam. Geregeld ging ik er doorheen en ik speelde eigenlijk altijd met tape om mijn enkels.

Nu ik reeds 15 jaar ervaring heb als fysio-manueeltherapeut, kan ik wel stellen dat ik destijds fysiek gezien niet geschikt genoeg was voor het hoogste niveau en dat de tijd waarin ik toen voetbalde ook medisch gezien nog niet zo hoog in het vaandel stond als tegenwoordig. In de huidige tijd staat er een geheel medisch team voor je klaar, die je weer snel individueel klaarstoomt om weer te kunnen aansluiten bij de groep.

Over welke kwaliteiten dient een goede aanvaller te beschikken?

Een goede aanvaller moet naar mijn mening beschikken over het eerdergenoemde “neusje voor de goal”. Dit heb je in eerste instantie als talent meegekregen. Ook al train je er nog zo hard op; zonder dit talent kun je iemand 1000 keer vrij voor de goal zetten en dan nog weten ze slecht 10 maal het net te raken. Bij een goede aanvaller gebeurt het scoren intuïtief. Ga je met dit talent ook nog eens specifiek aan de slag, dan kun je een echt goede spits worden.
Ook zal de aanvaller toch egoïstisch moeten zijn, want in die 16 meter moet je snel, intuïtief reageren en niet te lang moeten kijken wie er beter voorstaat, want het moet binnen die 16 meter binnen enkele honderden seconden gebeuren. Uiteraard is een goede dosis balbehandeling/techniek van belang.

Wie was jouw lastigste tegenstander?

Ik had altijd de grootste hekel aan tegenstanders die van de trainer meegekregen hadden me de hele wedstrijd te volgen; schaduwen en zodra ik dan een bal wilde aannemen me in de nek hijgden en direct me op de enkels wilden trappen. Ik had daar uiteindelijk een manier op gevonden; aangezien ik conditioneel altijd sterk was, ging ik dan overal over het veld lopen, zodat ze het niet 90 minuten lang konden volhouden. Als ik dan toch een naam mag noemen (is ook weer leuk voor deze rubriek); Frederik Jaspers Faijer spelende bij DETO destijds was mijn meest lastige tegenstander, maar daarentegen ook weer mijn grootste uitdaging als ik tegenover hem stond.

Waar ben je het meest trots op?

Ik ben het meest trots op dat ik 2 jaar lang heb mogen deelnemen aan het profvoetbal op eerste divisieniveau bij Heracles. Twee jaar waarin ik snel volwassen ben geworden. Ook heb ik leren inzien dat de topsportwereld echt alleen voor diegene is weggelegd die op alle fronten (technisch, mentaal, fysiek, omgeving, geluk) goed is toebedeeld. Dat ik niet aan dat profiel heb kunnen voldoen, heeft me in begin wel teleurgesteld, maar heeft me weer sterker gemaakt als mens en dat neem ik weer mee in mijn huidige werk en privéleven. En dan niet specifiek doelend op de voetbal: ik ben trots op mijn 3 dochters!

Wat is je mooiste herinnering?

Mijn mooiste herinnering is de uitwedstrijd SVZW-DOS’37. Ik ben dan net teruggekomen van Heracles en hoop het 1e elftal van DOS’37 beter te kunnen maken en verwacht een basisplaats. Ik kom immers net terug van een profclub? Ik moest me echter eerst bewijzen van de toenmalige trainer Cees Smid en moest als jonge aanvaller eerst op de bank plaatsnemen. Omdat de eerste vier wedstrijden werden gewonnen zonder mij, heeft trainer Cees Smid geen behoefte het elftal te wijzigen; “never change a winning team” werd er gezegd.

In deze uitwedstrijd tegen SVZW, waar gestreden wordt om de koppositie, staat DOS’37 met 4-3 achter en ik val uiteindelijk de laatste 20 minuten in en ik geef een assist wat leidt tot de 4-4 en ik scoor in de 97e minuut ook nog eens de winnende goal: 4-5! Er stonden een paar duizend mensen aan de kant en na de goal floot de scheidsrechter af en alle DOS-toeschouwers liepen het veld op en ze tilden me op. Dit was wel een werelds moment voor me. Vanaf die tijd stond ik ook standaard in de basis.

Wat doe je nu en wat zijn je ambities/wensen?

Ik ben momenteel al 15 jaar maatschap lid in fysiotherapiepraktijk Fysio Twenterand. Ik ben werkzaam als fysio- en manueeltherapeut en geef ook shockwavetherapie en dry needling. De maatschap bestaat onderhand uit 6 maatschap leden en we hebben 4 fysio’s, 1 ergotherapeut, 1 logopediste en 2 secretaresses in loondienst.

Op sportief vlak heb ik de voetbal verlaten en heb ik me met name toegelegd op het wielrennen; ik train hiervoor 3-4x/week en doe jaarlijks 1-2x een cyclo/granfondo/marmotte in het buitenland, waarbij je vaak minimaal >4000 hoogtemeters moet maken en een wedstrijd wel vaak meer dan 120 kilometer is. Daarnaast loop ik zo nu en dan hard en ben ik gek op schaatsen, waardoor ik vaak in de winter mee doe aan een wintertriathlon.
Op werkniveau zijn mijn ambities dat ik de fysiomaatschap graag wat zou zien uitbreiden in de huidige regio en op persoonlijk vlak: Beetje cliché, maar niet minder waar, zijn mijn verdere wensen om mijn 3 dochters gezond te zien opgroeien als zelfstandige dames.

 

Wat is jouw mooiste herinnering aan een trainer?

De absolute toptrainer voor mij was Jan van Staa. Hij was de trainer van de A1 bij Heracles; wat een enthousiasme hij kon overbrengen naar het team was geweldig. Ook kon hij je op een positieve manier op een voetstuk plaatsen, waardoor je nog beter ging voetballen. Dat werkte bij mij heel goed. Verder zijn er bij DOS’37 2 trainers geweest die me ook veel mooie herinneringen hebben meegegeven: Cees Smid en Dick Beverdam; mensen die een hart hadden voor de club.

Foto archief: sportfoto-oost.nl

Wat was jouw belangrijkste leermoment?

Ik denk dat er meerdere waren; de overgang van mijn 1e jaar bij de A1 van Twente naar de A1 van Heracles en het jaar erop naar de 1e selectie van Heracles. Bij de jeugd van FC Twente voetbalde ik met jongens als Arnold Bruggink (foto), Joost Volmer, Jeroen Heubach, Sander Westerveld, Rik Platvoet. Voor mijn gevoel allemaal jongens die veel gebekter waren dan ik en daar sneeuwde ik voor mijn gevoel wat onder als klein mannetje.

Toen ik bij de A1 van Heracles kwam viel alles opeens op zijn plek; alles verliep goed. Zowel mentaal, fysiek als geluk. Het jaar daarop kwam zelfs promotie naar het eerste elftal. Zoals gezegd kwamen toen de blessures….mijn leermoment is dus eigenlijk wel dat ik heb leren vallen en opstaan en heb leren inzien dat topsport niet iets is wat je komt aanwaaien. Het is een proces waarin er van alles kan goedgaan, maar ook van alles kan misgaan. Maar als mens maakt het je wel sterker door al die ervaringen.

Foto: sportfoto-oost.nl

Wat is het mooiste sportpark?

Ik moet eerlijk bekennen dat dit me nooit zo heeft beziggehouden. Maar als ik er dan toch een moet uitlichten, dan was dit toch wel het oude stadion van Heracles aan de Bornsestraat.

Wat was je mooiste goal?

De mooiste goal wat betreft emotie was die zoals beschreven in de wedstrijd tegen SVZW waarin ik het beslissende doelpunt scoorde. Mijn mooiste goal als actie herinner ik me alleen nog als een actie (volgens mij tegen DZC) waarbij ik meerdere tegenstanders omspeel vanaf de middenlijn en opstoom naar de achterlijn aan de rechterkant van het speelveld van de tegenstander. Hier omspeel ik wederom meerdere spelers en uiteindelijk sta ik 1-1 voor de keeper en omspeel deze en scoor. Volgens mij had ik 7 spelers uitgespeeld alvorens ik scoorde. Dit was voor mij mijn mooiste goal.

Wat is jouw advies aan de talenten van nu?

De talenten van nu moeten toebedeeld zijn met de eerdergenoemde techniek, mentaliteit, fysieke belastbaarheid, talent en geluk. Maar in de huidige tijd denk ik dat ze ook moeten leren omgaan met social media; in mijn voetbaltijd speelde dit een veel minder belangrijke rol (op de radio/televisie en krantenartikelen na dan). Facebook, Twitter, Instagram, etc.; meningen zijn veel sneller gegeven en ik denk dat ze zich hier niet door moeten laten beïnvloeden. Dus dit komt er als extra kwaliteit ook bij kijken.

Heb je nog ergens spijt van?

Spijt is het verkeerde woord; wel zoals gezegd heb ik het altijd jammer gevonden (en nog steeds) dat ik fysiek niet sterk genoeg geweest ben om op het hoogste niveau te kunnen blijven presteren. Spijtig is het dat ik het mogelijk in de huidige tijd met de juiste medische begeleiding wel had kunnen redden? We zullen het nooit weten.

Hoe beleefde jij de rivaliteit tussen DOS’37 en DETO?

De rivaliteit was er altijd en zal er altijd blijven tussen DETO en DOS’37; het is een gezonde rivaliteit geweest; ik herinner me nog wel wat incidenten met het weghalen van de middenstip bij de tegenstander of het verven van de doelpalen in de kleuren van de club, maar dat hoort ook wel weer bij een dorp als Vriezenveen. Rivaliteit word je al vanaf kind af aan “geleerd”. Zo hoort het ook te zijn met derby’s. Die maken iets extra’s in je los. Het bijzondere was dat als ik tegen DETO moest spelen met DOS’37 ik vrijwel altijd wel een keer scoorde. Dat gaf me dus altijd extra motivatie omdat ik wist dat ik toch ging scoren.

Welke amateur mag in deze column niet ontbreken en waarom niet?

Aan mijn jeugdtijd bij Heracles heb ik goede herinneringen omdat we daar kampioen werden bij de A1. Het jaar daarop maakte ik de stap naar de 1e selectie van Heracles. Ik was destijds aanvallende middenvelder en “regisseerde” het team op het middenveld en voorin stond Benno Reekers, broer van Peter Reekers. Op de een of andere manier kon ik altijd de bal kwijt aan Benno en die wist er wel raad mee; hij werd topscorer van de Coca-Cola competitie destijds. Door blessures kon hij echter niet het betaalde voetbal aan.

Wil je nog iets kwijt?

Ik had nog niets gehoord/gelezen over Rob Hoekschop, maar ik vind het super dat op deze manier “vergane glorie” weer tot leven wordt geroepen. Het doet oude tijden weer herleven en dat is toch geweldig. Ook erg leuk om over, voor mij, vroegere bekende namen terug te lezen!

Newsoutside Sportverlichting