Rob Hoekschop in gesprek met: Erwin Klein Gebbink

Spelersprofiel:

Erwin Klein Gebbink

Geboortedatum: 11-12-1952

Voetbalperiode en je positie:

Van 1971 t/m 1985 speler van HSC ’21. Vaak als linksachter hoewel ik op alle posities achterin uit de voeten kon en derhalve ook op alle posities gespeeld heb. Alleen in het midden van deze periode heb ik ongeveer twee seizoenen op het middenveld gespeeld.

Wanneer en waarom ben je gestopt?

Gestopt in 1986 (na nog één seizoen in het tweede elftal) om, na het behalen van het trainersdiploma, als trainer aan de slag te gaan. Na vier seizoenen als trainer van Sportclub Rekken, waar ik een prima tijd heb gehad, ben ik weer bij HSC ’21 in een lager elftal gaan spelen omdat ik voor mijn werk een aantal studies gevolgd heb. Dit heb ik nog gedaan t/m het seizoen 2008 – 2009. Onze zoon heeft overigens later 13 seizoenen in het eerste elftal van Sportclub Rekken gespeeld.

Hoe zou je jezelf als speler omschrijven?

Een teamspeler die zich altijd volledig inzette voor de ploeg en de club. Altijd bereid daar te spelen waar de trainer me nodig dacht te hebben wat voor een trainer natuurlijk weer handig was bij bijv. blessures en schorsingen.

Had jij een specialiteit als speler?

Ik kon me goed “vastbijten” in een tegenstander. Hiervan maakte met name Dick Reekers in zijn tijd als trainer bij HSC ’21 graag gebruik.

Heb je geen spijt, dat je alleen bij HSC’21 gebleven bent?

Totaal niet. Ik heb tenslotte met HSC ’21 de totale opmars vanuit de vierde naar de hoofdklasse meegemaakt. In de vierde klasse, waarin ik op 16-jarige leeftijd debuteerde, was ik weliswaar nog jeugdspeler maar speelde ik toch al diverse keren mee waarvan overigens de meeste als invaller. Een prachtige tijd dus!

Ben je liever trainer of speler?

Het speler-zijn blijft het mooiste. Dat was mede een reden om het trainersvak niet weer op te pakken. We hadden bovendien een mooi lager elftal met meerdere spelers die in de selectie hadden gespeeld en waarmee we op een lager niveau ook nog een aantal kampioenschappen en in het laatste seizoen winst van de regiobeker konden vieren.

Wat voor extra’s bied jij jouw team als trainer?

Naast uiteraard de voetbaltechnische aspecten waar een trainer mee bezig is was ik ook altijd nadrukkelijk bezig met het groepsgevoel. Kortom: Het voor en met elkaar doen!

Heb je, met de kennis van nu, het maximale uit jezelf als voetballer gehaald?

Ik denk het wel. Je zou kunnen zeggen dat ik met HSC ’21 meegegroeid ben.

Heb je ooit de kans gehad bij een BVO?

Dat is er niet van gekomen.

Waar moet een goede vleugelverdediger, volgens jou, aan voldoen?

In eerste instantie moet een vleugelverdediger natuurlijk kunnen verdedigen. Ook moet hij of zij herkennen wanneer naar binnen geknepen moet worden om in het centrum rugdekking te kunnen geven alsmede wanneer hij of zij zich in aanvallend opzicht in kan schakelen. Tegenwoordig gaat het veelal over de aanvallende kwaliteiten van een vleugelverdediger maar hij of zij blijft natuurlijk wel een verdediger.

Waar ben je het meest trots op?

Dat ik actief deel heb mogen uitmaken van de opmars van HSC ‘21.

Wat is je mooiste herinnering?

Het moment waarop het bericht binnenkwam dat we de hoofdklasse bereikt hadden. We hadden zelf met 0–2 van Quick Nijmegen gewonnen en moesten wachten op de uitslag van concurrent DOS ’19. In het toen nog “mobieltjesloze” tijdperk duurde het ongeveer 20 minuten nadat in Nijmegen het laatste fluitsignaal geklonken had, voor we wisten dat DOS ’19 verloren had.

Wat doe je nu en wat zijn je ambities/wensen?

Ik geniet inmiddels van mijn vrije tijd en hoop dit nog een hele tijd vol te houden.

Wat is jouw top 3 van beste amateurs; waar je mee-of tegen gespeeld hebt?

Wat medespelers betreft denk ik aan Frans Bouwmeesters, die ook vele jaren in HSC ’21 speelde en op alle aanvallende posities inzetbaar was, Peter Schulte, die na het kampioenschap van de eerste klasse de stap naar het betaalde voetbal nog maakte en Henk Veldhuis, die zowel in de spits, op het middenveld, als in de verdediging uit de voeten kon.

De beste tegenspelers waren: Jan Jeuring, die na zijn vertrek bij FC Twente nog een aantal jaren voor Sportclub Enschede uitkwam, Gerrit Westerhof die na zijn vertrek bij Heracles eveneens voor Sportclub Enschede uitkwam en Anton Janssen, toen nog als jonge speler bij Leones uit Beneden-Leeuwen, die later in 1988 voor PSV de laatste strafschop benutte in de gewonnen Europacupfinale tegen Benfica.

Wat is je mooiste herinnering aan een trainer?

Goede herinneringen heb ik aan de uitermate rustige benaderingswijze van trainer Joke Weustink, waarmee we in 1976 het kampioenschap van de tweede klasse behaalden en aan trainer Henk Buursink die mij op 05 november 1969 liet debuteren in de uitwedstrijd tegen Ajax B in Breedenbroek.

Had jij een ritueel voor de wedstrijd en/of een bijnaam?

Een echt ritueel had ik niet hoewel ik wel lange tijd als laatste van de rij het veld betrad. Toen ik later aanvoerder werd was ik natuurlijk juist de eerste van de rij. Een bijnaam had ik niet.

Wat was je mooiste sportpark?

Mooie sportparken waren de complexen van De Treffers in Groesbeek en dat van v.v. Emmen. Apart was sportpark “Grote Geert” van WKE in Emmen waar je eerst langs het bepaald niet kleine woonwagenkamp kwam. Vanwege de fraaie ligging wil ik hier ook het terrein van v.v. Haaksbergen noemen.

Wat was je mooiste goal?

Ik denk dat mijn mooiste doelpunt thuis tegen De Treffers was in de hoofdklasse in 1984. Na een half afgeslagen corner plaatste ik de bal vanaf de punt van het strafschopgebied met een dropkick in de verste bovenhoek.

Wat is het grootste verschil tussen het voetbal in jouw tijd en de huidige generatie?

In mijn tijd werd er doorgaans niet om de haverklap van club gewisseld waardoor de supporters veel meer binding met de ploeg c.q. club hadden. Overigens was dat proces tijdens mijn voetbaltijd natuurlijk al wel in gang gezet.

Wat is jouw advies aan de talenten van nu?

Krijg je een kans om het betaalde voetbal te halen ga er dan voor maar zorg er ook voor dat je plezier in je sport houdt en ren in de “amateur”-wereld niet voor een paar centen van club naar club want je kunt bij c.q. met je “eigen” vereniging ook een prachtige voetbaltijd hebben.

Wil je nog iets kwijt?

Jammer dat het voetbal tegenwoordig door het geld geregeerd wordt en daardoor steeds verder van het “basisplezier” en het begrip “volkssport” wegdrijft.

Newsoutside Sportverlichting